Islaam & Christendom---Een overeenkomstig woord---De Izaak-Ismaël kwestie

 

De Izaak-Ismaël kwestie

 

Ismaël (vrede zij met hem) was ouder dan Izaak (vrede zij met hem). De moslims en de mensen van het Boek (joden en christenen) zijn het hier over eens. En het is inderdaad aangegeven in de Bijbel, want Ismaël werd geboren toen Abraham (vrede zij met hem) 86 jaar oud was (zie Genesis 16:16), en Izaak werd geboren toen Abraham 100 jaar oud was (zie Genesis 21:5). Ismaël was dus 14 jaar ouder dan Izaak en dus 14 jaar lang de enige zoon van Abraham; geen enkel moment was Izaak als jongen de enige zoon van Abraham. Volgens de Bijbel beval God Abraham (vrede zij met hem) om zijn enige zoon te offeren: “…Neem toch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Izaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar...” (Genesis 22:2.)

Maar hier - alsook op andere plaatsen - hebben zij (de Joden) valselijk de naam Izaak tussengevoegd. Dit klopt niet en het gaat tegen hun eigen Geschrift in. Zij hebben de naam van Izaak tussengevoegd omdat hij hun voorvader was, terwijl Ismaël de voorvader was van de Arabieren. Waarom hebben zij dat gedaan? Waarom gaven zij Izaak deze eer i.p.v. Ismaël?

Dit komt door de hoogmoed en racistische arrogantie van de Joden in die tijd, die zich beter voelden dan de rest: “Daarom dus, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.” (Galaten 4:31.)

Een ander vers waar zij hun racistische hooghartigheid op baseren is: “Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen (Ismaël) of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht.” (Genesis 21:12.)

Abraham (vrede zij met hem) had feitelijk 7 andere kinderen: Ismaël van Hagar, en Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach van Ketura (na de dood van Sara). De nakomelingen van al deze kinderen worden zonder pardon niet beschouwd als nageslacht van Abraham (vrede zij met hem). Het is dan ook niet raar dat men in de Talmoed (na de Tenach - het Oude Testament - het belangrijkste boek binnen het Jodendom) teksten aantreft als: "De Joden worden mensen genoemd, maar niet-joden zijn geen mensen. Het zijn beesten." (Talmoed: Baba mezia, 114b)

En: "De akum (niet-jood) is als een hond. Ja, de geschriften leren ons aan de hond meer eer te betonen dan aan de niet-jood." (Ereget Raschi Erod. 22 30)

En: "Het is de wet om iedereen te doden die de Torah ontkent. De christenen behoren tot de ontkenners van de Torah." (Coschen hamischpat 425 Hagah 425. 5)

Zie Citaten uit de Talmoed om te zien hoe de Joden niet-joden zien, als niet-menselijk, lager dan dieren zelfs, allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat zij “het uitverkoren volk” zijn en de rest dus niet meetelt.

Enfin, o.a. door de hierboven aangehaalde Bijbelteksten voelden zij zich beter dan anderen en dachten dat zij veilig waren louter omdat zij ‘kinderen van Abraham' waren. Maar: “Toen hij (de profeet Yah'yaa – Johannes, vrede zij met hem) zag dat veel farizeeën (een joodse sekte die in het latere spraakgebruik synoniem met schijnheilig zijn geworden) en sadduceeën [een andere joodse sekte die niet geloofden in o.a. de Opstanding, engelen en geesten (djinn)] op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt (goede daden gebaseerd op een correcte geloofsleer), wordt omgehakt en in het vuur (de Hel) geworpen.” (Matteüs 3:7-10.)

In de Koran lezen we hierover: “En zij (de joden) zeiden: ‘Het Vuur (van de Hel) zal ons niet aanraken behalve een bepaald aantal dagen.' Zeg (O Moh'ammed): ‘Zijn jullie (wat dat betreft) een verbond aangegaan met Allah? Dan zal Allah Zijn verbond niet verbreken. Of zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten?'” (Koran 2:80.)

De joden kunnen door hun arrogantie zeggen: “Wat de verschrikking van de Hel ook is voor andere mensen, onze zonden zullen vergeven worden, want wij zijn de kinderen van Abraham; in het ergste geval zullen wij slechts een korte straf ondergaan en vervolgens teruggebracht worden aan de ‘boezem van Abraham'.” Deze luchtbel wordt hier , alsook in Matteüs 3:7-10, doorgeprikt!

Deze arrogantie van de joden was dus de oorzaak waarom zij Izaak (vrede zij met hem) de eer gaven om als offer te dienen i.p.v. Ismaël (vrede zij met hem), een zoon van een slavin. Deze hooghartigheid was ook de oorzaak dat zij de profeet Mohammed (vrede zij met hem) niet accepteerden als de profeet die zij verwachtten. Want hij stamde af van Ismaël (vrede zij met hem), een zoon van een slavin, minder dan een hond; hoe kan zo iemand nu dienst doen als boodschapper van God!?

Enfin, we lezen ook in de Koran: “Wij zegenden hem (Abraham) en Ish'aaq (Izaak). En onder hun nakomelingen zijn er weldoeners alsook die onmiskenbaar onrechtvaardig zijn jegens zichzelf (door ongeloof en zonden te begaan).” (Koran 37:113.)

Hier weerlegt de Koran, alsook op vele andere plaatsen, en in overeenstemming met o.a. Matteüs 3:7-10, de valse opvatting van de joden dat zij “het uitverkoren volk” zijn op grond van hun afstamming van Abraham, Izaak en Jakob (= Israël) (vrede zij met hen), en daardoor op voorhand “verzekert”, als het ware, van God's aanvaarding. Met andere woorden, God's zegening van een profeet of rechtschapen persoon duidt niet, op zichzelf, op een verlening van enige speciale status aan diens nakomelingen. Iedereen is persoonlijk verantwoordelijk: “…alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk…” (1 Korintiërs 3:8.)

Terug naar het onderwerp. Sommigen zeggen dat “uw enige” of “enige zoon” in Genesis 22:2 betekent ‘de enige zoon die bij jou is', omdat Ismaël (vrede zij met hem) bij zijn moeder in Mekkah was (zie Het ontstaan van Zamzam en de bouw van de Ka'bah). Maar de woorden “enige zoon” kunnen niet gezegd worden behalve in het geval dat er geen andere zoon is.

Anderen zeggen: “Abraham en zijn vrouw Sarah hadden maar 1 kind: Izaak. Ismaël was een zoon van de dienstmaagd Hagar.”

Maar het feit dat Ismaël (vrede zij met hem) een zoon was van een slavin, Hagar, ook een vrouw van Abraham (vrede zij met hem) – “...en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger...” (Genesis 16:3-4) – doet niets af aan het feit dat Ismaël ook een zoon was (en wel de eerste, en 14 jaar lang de enige) van Abraham: “Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël.” (Genesis 16:15.)

En volgens Genesis 21:13 zou God tegen Abraham (vrede zij met hem) gezegd hebben: “Maar ook uit de zoon van je slavin zal ik een volk doen voortkomen, omdat ook hij een kind van je is.” Hier erkent God dat Ismaël (vrede zij met hem) een zoon van Abraham (vrede zij met hem) is. Maar zoals we zo vaak zien, hechten velen niet zo'n grote waarde aan de Woorden van God als dit tegen hun gevestigde opvattingen ingaat.

Een andere verklaring die gegeven wordt, is dat het gaat om het kind van de belofte. Men haalt dan Hebreeën 11:17 aan, waar aangegeven wordt: “Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.” Maar de beloften zijn gedaan aan Abraham (vrede zij met hem), en dit staat dus helemaal los van het offeren en het kind dat geofferd moest worden. Daarbij staat er - nogmaals - 'enige zoon', en niet 'de zoon van de belofte'.

Er wordt ook gesuggereerd dat ‘enige' verwijst naar ‘als enige verwekt'. Maar dit is al helemaal een bewijs dat het om Ismaël gaat en niet om Izaak (vrede zij met hen): “Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar. ‘Luister,' zei Sarai tegen Abram, ‘de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.' Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger.” (Genesis 16:1-4.)

Maar Izaak (vrede zij met hem) werd geboren als een wonder omdat Sara onvruchtbaar was, en dus verwekte Abraham hem niet zelf: “Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar.” (Genesis 18:11.)

Keer op keer probeert men een andere verklaring te vinden om dit dilemma op te lossen, maar keer op keer is het bewijs in hun nadeel i.p.v. in hun voordeel.

Ik heb zelf een andere ‘oplossing' bedacht voor dit dilemma: de enige zoon met de naam Izaak. Ik zeg dit om aan te geven dat het allemaal louter eigen interpretaties zijn, niet ondersteund met tekstuele bewijzen. Hoe dan ook, al deze suggesties kloppen niet, omdat dit er heel duidelijk niet staat. Er staat heel eenvoudig en ondubbelzinnig “enige zoon”. Dus hoe je dit ook wendt of keert, het blijft een duidelijk geval van vervalsing en verdraaiing, omdat de woorden “enige zoon” niet gezegd kunnen worden behalve in het geval dat er geen andere zoon is, zoals het geval was met Ismaël (vrede zij met hem).

Terug naar het offeren. Nadat Abraham (vrede zij met hem) zijn zoon wilde offeren, zond God een ram naar Abraham (vrede zij met hem) om het in plaats van zijn zoon te offeren. Door Abraham's rotsvast vertrouwen en geloof in, en onwankelbare gehoorzaamheid jegens God, werd hem medegedeeld: “Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham.  Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de HEER: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige , niet hebt onthouden,  zal ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen.  En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd.'” (Genesis 22:16-18, de Nieuwe Bijbelvertaling.)

Een andere vertaling van het laatste vers is: “En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.” (Genesis 22:18, NBG-vertaling 1951.) Dit is wellicht een verwijzing naar de profeet Mohammed (vrede zij met hem) die “... de wereld zal overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel… ” en die niet alleen de verloren schapen van het huis Israëls (zie Matteüs 15:24), maar de volledige mensheid “de weg zal wijzen tot de volle waarheid.” (Zie Johannes 16:5-15 en De Trooster.)

De joden echter denken dat Genesis 22:16-18 over hen gaat, nakomelingen van Izaak (vrede zij met hem). Maar in feite zijn de joden, door de hele geschiedenis heen, hoewel zij een groot volk waren, toch altijd een extreme minderheid geweest onder de overige volkeren op aarde. In feite waren zij zo weinig in aantal dat zij altijd de paranoia en angst hadden dat zij op een dag uit zouden sterven. Dus de nakomelingen van Izaak, ook bekend als de mensen van Israël, de Israëlieten (Banie Israa-iel), zijn zeer zeker niet zo talrijk als “sterren aan de hemel” of “zandkorrels op het strand”.

Sommige christenen kunnen proberen dit te weerleggen door te zeggen - en de joden zullen hier van gruwelen (zie Citaten uit de Talmoed) - dat christenen en joden samen het nageslacht zijn van Jakob (of Israël, vrede zij met hem) en dus van Izaak (vrede zij met hem). Maar ook dit klopt niet, want de christenen van Izaak's stamboom zijn haast nihil: bijna alle christenen behoren van oorsprong niet tot het nageslacht van Izaak (vrede zij met hem).

En lees eens wat God over Ismaël (vrede zij met hem) zegt: “En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen.” (Genesis 17:20.)

En hoeveel is “veel, heel veel nakomelingen”? Wellicht zo veel als “er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee”!

Bovendien is er nog een ander punt, namelijk: “...je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen...” (Genesis 22:17.) De volgende punten zijn belangrijk om te weten:

(1) Alle joodse oorlogen zijn beperkt tot Palestina.

(2) De Arabieren, de nakomelingen van Ismaël (vrede zij met hem), verspreidden zich over de hele wereld en hun grenzen strekten uit van Zuid Frankrijk tot in China: zij drongen door tot diep in Europa, Azië en Afrika. De Arabieren zijn nakomelingen van Abraham (vrede zij met hem), niet via Izaak (vrede zij met hem), maar via Ismaël (vrede zij met hem).

Dus 'enige zoon' slaat op Ismaël (vrede zij met hem) en de omschrijving van Genesis 22:16-18 slaat meer op Ismaël (vrede zij met hem)!

Er is geen twijfel aan het feit dat de Bijbel een gecorrumpeerd boek is, vol valsheid en misleiding. Deze “Izaak-Ismaël kwestie” is slechts één duidelijk voorbeeld van de talrijke bewijzen voor dit feit. Ook hebben we een van de beweegredenen voor de Joden om veranderingen aan te brengen toegelicht. Het Oude Testament is zeer zeker veranderd en dus kwam Jezus (vrede zij met hem) om zijn volk, de verloren schapen van het Huis Israëls, weer naar het rechte pad te leiden (zij beschikten immers niet meer over de oorspronkelijke boodschap/geschriften).

God zegt in de Koran: Vervolgens, vanwege hun verbreking van hun verbond, vervloekten Wij hen (de joden) en maakten Wij hun harten hard (waardoor zij niet langer meer ontvankelijk waren voor de boodschap van vergeving en barmhartigheid). Zij veranderen de woorden van hun (juiste) plaatsen en vergaten een deel van hetgeen waarmee zij herinnerd (vermaand) zijn en je zult bedrieglijkheid (en complotten) van hen blijven waarnemen behalve enkelen van hen. Wees dan vergevensgezind jegens hen (O Moh'ammed) en scheld(een eventuele straf) kwijt. Waarlijk, Allah houdt van de weldoeners.” (Koran 5: 13.)

O Allah! “Leid ons op het rechte pad. Het pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen, noch dat van de dwalenden.” (Koran, 1:6-7.)

naar boven