Artikelen---Waarom de Joden vervloekt werden

 

Waarom de Joden vervloekt werden

 

Een khoetbah van Muhammad al-Shareef
Vertaald door zuster Umm Mus'ab
Bewerkt door het www.uwkeuze.net team

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: de naam Jood (Jehoedi in het Hebreeuws) komt van de naam Juda, of Jehoeda in het Hebreeuws. Juda was één van de twaalf zonen (stammen) die voortkwamen uit de profeet Ya'qoeb (Jakob) ofwel Israël (vrede zij met hem). Er dient echter onderscheid gemaakt te worden tussen Jood als een lid van het volk der Joden - de Israëlieten of Banie Israa-iel - (men schrijft Jood dan met een hoofdletter), en jood als een joodsgelovige (men schrijft jood dan met een kleine letter). Een Jood is dus niet per definitie ook een jood, want de Joden die hun profeten gehoorzaamden waren moslims: degenen die zich overgeven aan God. – Einde toevoeging.]

 

De vrouw van Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), Oemm al-Moe-eminien Safiyyah bint Hoeyayy (moge Allah tevreden zijn met haar), was de dochter van één van de Joodse leiders van Madinah. Na haar Islaam vertelde ze de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) wanneer de stralen van de Islaam voor het eerst haar gezegende hart binnendrongen.

Het was de dag die Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) beschrijft als de schitterendste dag voor iedereen in Madinah - de dag dat de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) er binnentrad. Alle ansaar, mannen, vrouwen en kinderen, verzamelden zich om hem te begroeten en kreten van lof aan Allah vulden de lucht.

Onder het gezelschap bevonden zich twee mannen; zoveel als de ansaar en de moehaadjirien de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) vereerden, zoveel verachtten zij hem. Het waren de vader van Safiyyah (moge Allah tevreden zijn met haar) en haar oom.

Ze was nog slechts een klein meisje terwijl ze keek naar de duisternis en somberheid welke hun gezichten zich eigen hadden gemaakt toen ze op die dag naar huis terugkeerden. Haar Joodse oom vroeg 1400 jaar geleden: "Is hij het? Is het de profeet waar onze geschriften over spreken?" Hoeyayy liet zijn hoofd zakken en zei: "Ja, het is hem." "Wat zullen we doen?" vroeg Safiyyah's oom. Hoeyayy keek hem in de ogen: "Tot de laatste dag zullen we zijn bitterste vijanden zijn!"

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: racistische arrogantie liet de joden afkerig zijn tegenover het verwelkomen van de waarheid toen het kwam d.m.v. een dienaar niet van hun eigen ras. In het Oude Testament lezen we dat Allah de Verhevene tegen Moesaa (Mozes) (vrede zij met hem) heeft gezegd dat er een profeet zal komen vanuit het midden van hun broederen. Niet van onder henzelf maar van onder hun broederen (Deuteronomium 18:18: …een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen …”). Het volk van Mozes (vrede zij met hem) waren Joden. De christenen zeggen dat Deuteronomium 18:18 verwijst naar de komst van Jezus (vrede zij met hem), maar hij was een Jood, dus hij was één van hen. Dus Jezus (vrede zij met hem) wordt niet bedoeld in het betreffende vers. De aangekondigde profeet in Deuteronomium 18:18 komt niet van onder de Joden, maar van onder de broederen van de Joden. Wie zijn dan de broederen van de Joden?

De joden halen hun blinde racisme uit hun Bijbel, waar hen wordt verteld dat hun vader Ibraahiem (Abraham) (vrede zij met hem) twee vrouwen had; Sarah (Sara) en Hadjar (Hagar). Zij (de joden) zeggen dat zij de kinderen zijn van Ibraahiem en zijn wettige vrouw Sarah, en dat hun Arabische broeders afstammen van Hadjar (Hagar), een “slavin”, en dat om die reden de Arabieren een minderwaardig ras zijn. In Genesis 16:1-3 en 15 staat respectievelijk: “Abrams vrouw Sara baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar… en Sara gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw… Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël.” De Arabieren stammen af van Ismaa'iel (Ismaël) (vrede zij met hem) en de Joden van Ish'aaq (Isaak) (vrede zij met hem), de zoon van Sara die zij op latere leeftijd baarde: “Abraham noemde de zoon die hij gekregen had en die Sara hem gebaard had, Isaak.” Vervolgens zei Sara tegen Ibraahiem (Abraham) (vrede zij met hem) (volgens Genesis 21:10): “Daarom zei ze tegen Abraham: ‘Jaag die slavin en haar zoon weg, want ik wil niet dat mijn zoon Isaak later de erfenis moet delen met de zoon van die slavin.'” En in Genesis 21:12-13 is te lezen: “Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak (d.w.z. de Joden) zullen gelden als jouw nageslacht. Maar ook uit de zoon van je slavin zal ik een volk (d.w.z. de Arabieren) doen voortkomen, omdat ook hij een kind van je is.'” En in Genesis 21:18 staat over Ismaël (vrede zij met hem): “…want Ik zal hem tot een groot volk (de Arabieren) stellen…” Dus hoe konden de joden een profeet accepteren die niet van hen kwam, het superieure ras dat afstamt van Ish'aaq (vrede zij met hem), geboren uit de vrije vrouw Sara, maar van de minderwaardige Arabieren die afstammen van Ismaa'iel (vrede zij met hem), geboren uit de slavin Hadjar? – Einde toevoeging.]

Vanaf de allereerste raka'ah van de tarawieh' reciteren wij het vers van soerat al-Faatih'ah: “Leid ons op het rechte pad. Het Pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen (de joden), noch dat van de dwalenden (de christenen).” [Soerat al-Faatih'ah (1), aayah 6-7.]

'Adiyy ibn Haatim vroeg aan de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) wie degenen zijn op wie de toorn rust. Hij zei: "Het zijn de joden." (Zie Tefsier Ibn Kethier.)

Toen ik op de middelbare school zat, had de leraar tijdens een les een uitspraak aan de muur gehangen waar ik vele dagen over peinsde. Er stond simpelweg: "Vrijheid van meningsuiting behoort toe aan degenen die de pers bezitten." Wie bezit de pers? Je kunt me geloven als ik zeg dat het niet de godsvrezenden en geliefden van Allah zijn.

Het is dezelfde pers die de 'aqiedah (geloofsleer) van een groot deel van onze oemmah (gemeenschap) vormt en programmeert. Vele van onze broeders en zusters zijn ongeletterd voor de Woorden van Allah en de leiding van Zijn boodschapper Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), er valt dus met weinig twijfel te zeggen dat hun ideeën onderbewust gevormd worden door wat Seinfeld hen op woensdagavond om acht uur vertelt.

Het is deze zelfde broeder of zuster die vraagt: "Ik begrijp niet waarom de Joden vervloekt werden. Seinfeld is grappig. Wat heeft hij gedaan?"

Deze khoetbah is onze media en inshaa-e Allaah zullen we in deze paar momenten leren over slechts voorbeelden van wat er voor zorgde dat de Joden de toorn van Allah hebben verkregen.

In de openingsverzen van soerat al-Baqarah nodigt Allah Banie Israa-iel [nakomelingen van Israël - Ya'qoeb (vrede zij met hem)] uit om terug te keren - om de gunsten en zegeningen die Allah hen geschonken heeft te gedenken - en om de belofte te vervullen dat zij de Profeet zouden volgen wanneer die tot hen gezonden werd.

“O Banie Israa-iel ! Denk aan Mijn gunst die Ik aan jullie geschonken heb (A), en wees trouw aangaande Mijn Verbond (met jullie) , (zodat) Ik trouw zal zijn aangaande jullie verbond (met Mij) (B) en vrees Mij alleen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 40.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: (A) De gunst die Allah aan de Joden geschonken heeft, was dat Hij water uit stenen liet stromen, manna (een spijs die God hen gaf tijdens de woestijntocht) en kwartels voor hen neerzond, hen redde uit de slavernij van Fir'awn (de Egyptische farao), dat Hij boodschappers en profeten van onder hen zond en dat Hij Boeken aan hen openbaarden, etc.

(B) D.w.z.: Ik beloofde jullie een profeet, en dat is Moh'ammed, dus volg hem zoals jullie beloofd hebben, en Ik zal doen wat Ik beloofd heb: jullie zonden vergeven en jullie het Paradijs binnenlaten (etc.). – Einde toevoeging.]

Allah de Verhevene heeft hen gered van de slavernij aan Fir'awn, Hij redde hen van de zee en deed Fir'awn en zijn leger verdrinken. Allah de Verhevene heeft hen uitgekozen om voedsel uit de hemel te ontvangen. Allah zond hen profeet na profeet van onder henzelf en zond de Heilige geschriften – at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie). Allah verkoos hen boven alle anderen in hun tijd.

“O Banie Israa-iel! Gedenk Mijn gunst die Ik aan jullie heb geschonken, en dat Ik jullie (voorouders destijds) verkoos boven al-‘aalamien (de andere volkeren destijds).” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 47.]

Hoe beantwoordden zij deze zegeningen van Allah?

1. Zij volgden alleen datgene dat zij wilden volgen

Wanneer een profeet tot hen kwam en datgene wat hij onderwees hen niet beviel, dan verwierpen zij deze waarheid of doodden zij de profeet en volgden datgene wat hen beviel.

“Werkelijk, Wij sloten een verbond met Banie Israa-iel (de nakomelingen van Israël - Jakob) en Wij zonden boodschappers naar hen. Iedere keer dat er een boodschapper tot hen kwam met wat hun zielen niet begeerden, loochenden zij een groep (van de boodschappers) en doodden zij een groep.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 70.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: “...Is het dan zo dat telkens wanneer een boodschapper tot jullie komt met hetgeen jullie niet begeren, jullie (vervolgens) arrogant worden? Jullie loochenden sommigen (profeten) en doden anderen.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 87.] – Einde toevoeging.]

En we dienen hier te gedenken dat dit niet het commentaar van een of andere journalist is die neutraal beweert te zijn. Het is de Heer der werelden die ons - in verzen die tot de Laatste Dag gelezen zullen worden - de diepste geheimen vertelt die in de beginselen van het Jodendom liggen. "...En wie is waarachtiger in redevoering dan Allah?" [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 87.]

2. Zij veranderden de Woorden van Allah

Er waren groepen onder de Joden die de Woorden van Allah veranderden - hier iets toevoegen, daar iets weghalen - om de Waarheid het zwijgen op te leggen en het te veranderen naar datgene wat met hun verlangens overeenkwam.

“En waarlijk, onder hen is een groep die met hun tongen het Boek verdraaien (als zij het lezen, om onwetenden te misleiden), zodat jullie het beschouwen als behorend tot het Boek terwijl het niet behoort tot het Boek, en zij zeggen: ‘Het komt van Allah,' terwijl het niet van Allah komt. En zij vertellen over Allah de leugen terwijl zij dat weten.” [Soerat Aal 'Imraan (3), aayah 78.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: in het Oude Testament lezen we hierover: Hoe durven jullie te zeggen: ‘Wij zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons'? Waarlijk, zie, de valse pen van de schrijvers he eft valselijk geschreven. De wijzen zijn beschaamd gemaakt, zij zijn met wanhoop vervuld en verward: zie, ze hebben het woord van Jehovah verworpen; en wat voor wijsheid is er in hen? (Jeremia 8:8-9.) Hier wordt nadrukkelijk aangegeven dat de Joden knoeiden met het Heilige Schrift! - Einde toevoeging.]

3. Hun bewering dat zij de geliefden en kinderen van Allah zijn

Ibn 'Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) verhaalde: “Noe'maan ibn Aasaa, Bahr ibn 'Amr en Shaas ibn Adi, drie joden, kwamen bij de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Hij zat met hen en nodigde hen uit naar Allah en waarschuwde hen voor de toorn van Allah. Zij antwoordden: ‘Waarom probeer je ons bang te maken, O Moh'ammed? Bij Allah, wij zijn de kinderen van Allah en Zijn geliefden!' Daarop werd het vers geopenbaard: “En de joden en de christenen zeggen: ‘Wij zijn kinderen van Allah en Zijn geliefden.' (C) Zeg (O Moh'ammed): ‘Waarom dan straft Hij jullie voor jullie zonden?' Nee! Jullie zijn mensen behorend tot hen die Hij schiep..." [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 18.] (Tefsier Ibn Kethier, 2/36.)

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: (C) veel joden en christenen leggen het concept “zoon/geliefde van God” verkeerd uit. Het dient noch op een letterlijke, noch een exclusieve zin uitgelegd te worden. Sommige joden en christenen die later moslim werden, zeiden: “Dit concept beduidt alleen eer en respect, zoals dat gewoon was in hun manier van spreken in die tijd.” In de taal van de jood was elke rechtgeaarde persoon, elke Jan, Piet en Klaas die zich overgaf aan de Wil en het Plan van Allah en dit volgde, een zoon van God? Het was een figuurlijke omschrijvende term, die algemeen werd gebruikt onder de joden. Zie Jezus in de Islaamde zonen van God.

Zo konden de joden niet begrijpen hoe enige niet-joden (voor hen ongelovigen, in dit geval de Arabieren) openbaringen en leiding konden ontvangen die zelfs superieur waren aan wat zij beschouwden als hun geboorterecht. Deze neiging is wijd verspreid onder het menselijke ras. Een bepaald ras, of kaste, of een bepaalde cultuur, beweert dat zij de erfgenamen zijn van Allah's boodschap, hoewel het universeel is – Einde toevoeging.]

4. Hun godslasterende uitspraken

Er overviel de Joden een tijd van armoede, dus gingen zij naar Shaas ibn Qays en ondervroegen hem. Hij zei: "Jullie Heer is gierig, Hij geeft nooit uit." Allah openbaarde in de Qor-aan: “En de Joden zeggen: ‘De Hand van Allah is gebonden (gierig).' Gebonden zijn hun handen en vervloekt zijn zij (verwijderd uit Zijn Barmhartigheid) vanwege wat zij zeiden! Nee! Zijn Handen zijn wijd uitgestrekt en Hij schenkt hoe Hij wil...” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 64.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: zij zeiden ook: “Waarlijk, Allah is arm en wij zijn rijk!” [Soerat Aal-‘Imraan (30, aayah 181.] – Einde toevoeging.]

5. Het doden van de profeten

Eén van de meest afschuwwekkende zonden die zij begingen was het vermoorden van hun profeten. Dit is één van de grootste redenen waarom zij door vernedering getroffen werden.

“...En de vernedering en al-maskanah (armoede, ellende, lafheid en gierigheid) omringden hen, en zij keerden terug met de Toorn van Allah. Dat is omdat zij Allah's aayaat (tekenen, bewijzen, verzen) loochenden en de profeten ten onrechte doodden. (D) Dat is omdat zij ongehoorzaam waren en (Allah's wetten) overtraden.” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 61.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: (D) Imaam Ah'mad leverde over van ‘Abdoellaah ibn Mas'oed die zei dat de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) gezegd heeft: “De mensen die de meeste bestraffing ontvangen op de Dag der Opstanding zijn: iemand die door een profeet gedood is of wie een profeet doodde...” – Einde toevoeging.]

Zij probeerden niet alleen hun profeten te doden, maar zij poogden ook Allah's boodschapper Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zelf te vermoorden.

Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) ging met een aantal metgezellen op weg om de joden van de Banoe Nadhier te ontmoeten. Terwijl hij op hen wachtte aan de kant van een gebouw, klommen zij op het dak met een grote steen om het op het hoofd van Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) te laten vallen. (De engel) Djibriel (Gabriël – vrede zij met hem) waarschuwde Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) voor hun plan. Hij stond op zonder iets te zeggen, vertrok naar Madinah en kwam terug met een leger. Dit was de oorzaak van de verdrijving van de Banoe Nadhier uit Madinah. (Zie Moekhtasar Sierat Ibn Hishaam, 159)

En de lijst gaat door; zij geboden niet het goede en verboden niet het slechte, zij accepteerden de beslissing van wat Allah over hen openbaarde niet, zij geloofden niet in hun Boek, zij ontvingen voedsel vanuit de hemel maar weigerden het, zij daagden hun profeet uit om hen Allah te tonen in dit leven, zij namen de engel Djibriel als hun gezworen vijand, zij namen de graven van hun profeten als symbolen van aanbidding, en de lijst gaat door en door in de Qor-aan en de Soennah.


Wees gewaarschuwd!

Er zijn een aantal verzen in de Qor-aan die gaan over degenen die niet oordelen met wat Allah heeft neergezonden, dat zij zware zondaren zijn. Een aantal leerlingen van Ibn 'Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) vroegen hem: "Werden deze niet geopenbaard over de joden en de christenen?" Hij zei: "Soebh'aan-Allaah! Zijn alle blijde tijdingen in de Qor-aan voor ons en alle vermaningen voor hen? Als wij doen wat zij deden, zal ons einde als hun einde zijn."

Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: "Jullie (O moslims) zullen de praktijken van degenen die vóór jullie kwamen zo precies en letterlijk volgen, dat als zij het hol van de hagedis binnen zouden gaan, jullie daar ook naar binnen zouden gaan." Wij zeiden: "O boodschapper van Allah! Bedoelt u de joden en christenen?" Hij antwoordde: "Wie anders?" (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

De Qor-aan vertelt ons over addertjes onder het gras die de Joden beten. Allah de Verhevene vertelt ons dit zodat we ons laten waarschuwen voor wat hen ertoe leidde om de toorn van Allah op te wekken en zodat wij niet door dezelfde adder gebeten worden.

Laat ons een voorbeeld nemen aan het volgende vers: “Vervolgens volgde er na hen een (slechte) generatie die het Boek (de Thora) erfde. Zij namen (verkozen) wat deze lagere (wereld) te bieden had (aan vergankelijke, zondige genietingen) en zeiden (als excuus): ‘(Alles) zal vergeven worden voor ons.'..." [Soerat al-A'raaf (7), aayah 169.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: louter een Boek erven of er lippendienst aan bewijzen, maakt een volk nog niet rechtschapen. Als zij bezwijken voor de verleidingen van deze wereld, zal hun hypocrisie des te meer opvallen. In de Qor-aan lezen we o.a.: “En zij (de joden) zeiden: ‘Het Vuur (van de Hel) zal ons niet aanraken behalve een bepaald aantal dagen.' (E) Zeg (O Moh'ammed): ‘Zijn jullie (wat dat betreft) een verbond aangegaan met Allah? Dan zal Allah Zijn verbond niet verbreken. Of zeggen jullie over Allah wat jullie niet weten?'" [Soerat al-Baqarah (2), aayah 80.]

(E) De joden kunnen door hun arrogantie zeggen: “Wat de verschrikking van de Hel ook is voor andere mensen, onze zonden zullen vergeven worden, want wij zijn de kinderen van Abraham; in het ergste geval zullen wij slechts een korte straf ondergaan en vervolgens teruggebracht worden aan de ‘boezem van Abraham'.” Deze luchtbel wordt hier doorgeprikt! Zo'n uitspraak is een bespotting van Allah's bestraffing. Want één enkel moment, of feitelijk één enkele dip in de Hel is genoeg om je alle genietingen die je op aarde hebt gehad te laten vergeten. De profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: “De meest verwende persoon in dit leven die behoort tot de mensen van de Hel, zal op de Dag der Opstanding gebracht worden en in de Hel gedompeld worden en er wordt hem dan gevraagd: ‘O zoon van Adam! Heb jij ooit enig voorspoed genoten? Heb jij ooit enige genieting gehad?' Hij zegt dan: ‘Nee! Bij Allah, o mijn Rabb!' Dan wordt de ellendigste persoon in dit leven die behoort tot de mensen van het Paradijs gebracht en in het Paradijs gedompeld, waarna hem wordt gevraagd: O zoon van Adam! Heb jij ooit enig leed gevoeld? Heb jij ooit enige wreedheid meegemaakt?' Hij zegt dan: ‘Nee! Bij Allah, mijn Rabb, ik heb nooit aan enige ellende geleden, noch heb ik ooit enige wreedheid gezien.'” (Overgeleverd door Moeslim.) – Einde toevoeging.]

Zoveel moslims beschouwen de Qor-aan als een geërfd iets; de echte kracht van de Woorden van Allah zijn echter niet tot de harten doorgedrongen. Hoeveel van onze jonge moslimjeugd begrijpen de taal van Cobolt en A++, en zijn er jaren mee bezig om het te begrijpen, maar begrijpen geen enkele zin uit de Qor-aan?

Hebben wij afgezien van de ribaa (rente) die Allah h'araam (verboden) voor ons heeft gemaakt? [Zie het artikel Het consumeren van ribaa (rente).] In de jaren 1973 tot 1976, toen de moslims vertrokken om Israël te bestrijden, werden de legers van vermaak opgeroepen. Er werden zangeressen bijgehaald, buikdanseressen gehuurd en er werden series toegewijd ter aanmoediging van onze strijdende moslims. De liedjes waren ondergedompeld in nationalisme en Arabische trots.

En tot slot is al-walaa-e een fundamenteel deel van onze dien (religie), d.w.z. liefde en loyaliteit, alsook al-baraa-e, d.w.z. haat en distantiëring. Het zou profijtvol voor ons zijn om na te denken over de toepassing van onze walaa-e en baraa-e met betrekking tot de Joden.

Ten eerste: wij dienen hen niet als awliyaa-e (beschermers, helpers, vrienden etc.) te nemen. Allah de Verhevene beveelt ons in de Qor-aan: “O degenen die geloven (in het islamitische monotheïsme)! Neem niet de joden en de christenen als awliyaa-e, zij zijn awliyaa-e van elkaar. En wie van jullie hen neemt (als awliyaa-e), dan waarlijk, hij behoort tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk (polytheïsten en onrechtplegers) niet.” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 51.]

Ten tweede: wij dienen hen niet te imiteren. Het verbod op het imiteren van de joden en christenen geldt voor die zaken die symbolisch zijn voor hun gewoontes en hun valsheid. Bijvoorbeeld, als iemand een witte boord om zijn nek zou dragen, zou iedereen aannemen dat hij een christen is. Dit is omdat het witte boord een symbool van hen is geworden.

De regelgeving is algemener dan alleen kleding. Allah's boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: "Wees anders dan de joden." (Sah'ieh' Aboe Daawoed.)

Ten derde: een moslimvrouw mag nooit een joodse of christelijke man huwen die zijn geloof blijft belijden. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “...Zij (de gelovige vrouwen) zijn niet toegestaan voor hen (de ongelovige mannen) en zij (de ongelovige mannen) zijn niet toegestaan voor hen (de gelovige vrouwen)...” [Soerat al-Moemtah'anah (60), aayah 10.]

Is dit alles een doodvonnis voor de joden? Nee! De oneindige Barmhartigheid van Allah heeft de deur opengelaten voor iedereen die naar Hem wenst terug te keren: “En als Ahl al-Kitaab (de mensen van het Boek: joden en christenen) maar geloofd hadden (in Moh'ammed (F)) en (Allah) gevreesd hadden, dan zouden Wij voor hen hun slechte daden zeker bedekt (vergeven) hebben en hen binnengelaten hebben in Tuinen der Geriefelijkheid (het Paradijs).” [Soerat al-Maa-idah (5), aayah 65.]

[Toegevoegd door het www.uwkeuze.net team: (F) Hadden zij in feite ook maar geloofd in hun eigen Boeken en profeten, want de komst van Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) werd reeds door hen aangekondigd!

Zie o.a. Soerat al-Baqarah (2), aayah 89: “En toen er tot hen (de joden) een Boek (deze Qor-aan) kwam van Allah, als bevestiging voor wat bij hen is [at-Tawraat (de Thora) en al-Indjiel (het Evangelie)], terwijl zij vroeger (vóór de komst van Moh'ammed) vroegen (aan Allah om hen te helpen met de komst van de beloofde profeet) om een overwinning te behalen op degenen die ongelovig zijn (G); toen vervolgens dat tot hen kwam wat zij herkenden (de beloofde profeet uit hun heilige geschriften), geloofden zij er niet in; dus Allah's vloek is op de ongelovigen.” (Zie ook Moh'ammed in de Bijbel.)

(G) Zij waren gewoon te zeggen tegen de polytheïsten: “Een profeet zal gezonden worden vlak voor het einde van deze wereld en wij - samen met hem - zullen jullie elimineren net zoals de volkeren van ‘Aad en Iram werden geëlimineerd.” Ook Moh'ammed ibn Ish'aaq leverde over dat Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: “De joden waren gewoon om Allah aan te roepen (voor de komst van de beloofde profeet) om d.m.v. hem de overwinning te behalen op de (stammen van) Aws en Khazradj, voordat de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) gezonden werd.” Toen Allah de Verhevene hem zond van de Arabieren, verwierpen zij hem en ontkenden wat ze over hem zeiden. Vandaar dat, toen Moe'aadz ibn Djabal en Bishr ibn al-Baraa-e ibn Ma'roer, de naaste van Banie Salamah, tegen hen zeiden: “O joden! Vrees Allah en aanvaard de Islaam. Jullie riepen Allah aan voor de komst van Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) toen wij nog ongelovigen waren en jullie vertelden ons dat hij zou komen en omschreven hem aan ons,” de jood Salaam ibn Moeshkim van Banie an-Nadhier antwoordde: “Hij bracht niets wat wij herkennen. Hij is niet de profeet waar wij jullie over vertelden.” Allah de Verhevene openbaarde vervolgens deze aayah over hun verklaring. (Tefsier Ibn Kethier.) – Einde toevoeging.]

O Allah! “Leid ons op het rechte pad. Het Pad van degenen aan wie U Uw gunst geschonken hebt, niet (het pad) van degenen die (Uw) Toorn verdienen (de joden), noch dat van de dwalenden (de christenen).” [Soerat al-Faatih'ah (1), aayah 6-7.]

Amien!

 
naar boven Naar overzicht artikelen