Artikelen---Het gebed---Het belang van het gebed

 

Het belang van het gebed

 

Het gebed heeft een vorm en een geest. Zijn vorm is de aanbidding met het lichaam, zijn geest is de aanbidding met het hart. Het is daardoor een lichamelijke en geestelijke aanbidding. Het hart en het gezicht van hem of haar die het gebed verricht, zal schijnen met goddelijk licht en de ziel zal hoog verheven zijn. Het gebed begint met het verkondigen van de Grootsheid van Allah en het eindigt met de vredesgroet.

Het is de fakkel tussen de slaaf en zijn Meester. De verrichting van het gebed is een van de grootste, zo niet het grootste teken van geloof, de belangrijkste onder de aanbiddingvormen van de Islaam en de zekerste manier om Allah (Glorieus en Verheven is Hij) te danken voor Zijn onbegrensde Gunsten.

Het gebed ontkennen is jezelf afscheiden van Allah de Verhevene. Het is jezelf beroven van de Genade van Allah en je onthouden van Zijn Gunsten en van de overvloedige Goedheid en Edelmoedigheid.

Het oprechte gebed is een medicijn voor de ziekten in de harten der mensen en een tegengif voor de corruptie in de ziel. Het is het licht welke de duisternis verdrijft van zonden en kwaad. In een H'adieth overgeleverd door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zegt de profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem): "Kijk, als ieder van jullie een rivier voor de deur van zijn huis had stromen, waarin jullie vijf keer per dag zouden baden, zou er enig vuil bij jullie overblijven?" De metgezellen antwoordden: "Nee, niets van het vuil zou er achterblijven?" De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) antwoordde: "Dit is hetzelfde met de vijf gebeden waarbij Allah onze zonden wegwast." (Overgeleverd door Boekhaarie en Moeslim)

Eenheid en gelijkheid in het gebed

Gelijkheid en rechtvaardigheid manifesteren zich zeer duidelijk door het gebed, wanneer de gebedsoproeper roept: "Kom tot het gebed, kom tot het gebed; kom tot voorspoed, kom tot voorspoed." Zij, voor wie het gebed een verplichting is en de Adzaan (oproep tot het gebed) horen, rijk of arm, jong of oud, leider of onderdaan, zij allen verzamelen zich en stellen zich op in rijen zonder onderscheid of verschillen, en allen zijn dienaren van Allah (Glorieus en Verheven is Hij). Zij ontmoeten elkaar op gemeenschappelijke grond in het huis van Allah, de Masdjid (moskee), zich concentrerend op Hem en zich neerbuigend voor hun Schepper. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “Alle moskeeën behoren toe aan Allah, roep daarom niemand naast Mij aan.” [Soerat Al-Djinn (72), aayah 18]

Staande achter een imaam (voorganger), in de richting van de Ka'bah te Mekkah (de Qiblah), in aanbidding van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) Die geen deelgenoten heeft, Zijn Straf vrezend en vragend om Zijn Genade. Voorwaar, Zijn Goddelijke Zegeningen zullen over hen komen en zij zullen gevuld zijn met Zijn Genade. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “En zaait geen verderf op aarde na de verbetering ervan, en roep Hem aan, (Zijn Bestraffing) vrezend, en (Zijn Barmhartigheid) begerend: voorwaar, de Barmhartigheid van Allah is dicht bij de weldoeners.” [Soerat Al-A'raaf (7), aayah 56]

Het oordeel over hen die afstand hebben gedaan van het gebed

Allah (Glorieus en Verheven is Hij) heeft het gebed geschonken, maar tevens wettelijk verplicht en heeft het de vuurtoren van de Islaam en tot pilaar van Zijn religie gemaakt. De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zegt in een H'adieth: "Aan top is de Islaam. De pilaar die haar ondersteund is het gebed en de hoogste plaats in haar is het strijden voor de zaak van Allah." (Overgeleverd door Ahmad, Tirmidzi, Ibn Maadjah)

Het gebed is de eerste geopenbaarde religieuze verplichting, opgelegd door Allah (Glorieus en Verheven is Hij). Het werd gegeven in de nacht waarin de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) de Mi'raadj (hemelreis) maakte, vergezeld door de engel Gabriël (vrede zij met hem).

Om zijn uitzonderlijke belangrijkheid en de grote waarde, die Allah aan het gebed hechtte, duidelijk te maken, sprak Allah (Glorieus en Verheven is Hij) rechtstreeks tot de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), zonder enige bemiddeling. Daarin verzocht Hij een harde benadering van degenen die het gebed ontkennen, hen beschouwende als ongelovigen en ver afgedwaald van het rechte pad. Hij die zichzelf van het gebed heeft afgekeerd, heeft zich in feite van de Islaam afgekeerd en ontstemt zijn Heer. Hij verbreekt de geboden van zijn geloof en plaatst zich op de weg naar de totale vernietiging.

Door zo'n gedrag zijn al zijn vroegere goede werken van geen enkele betekenis meer, want zijn gedragingen zijn het tegenovergestelde van wat Allah de Almachtige ons geboden heeft. En hij die ongehoorzaam aan Allah is, is in feite degene die hem ontkent, want wanneer hij gehoor gegeven had aan de uitnodiging van Allah Ta'ala, zou hij zich met zekerheid ondergeschikt hebben gemaakt aan de meest goddelijke van alle geboden. Allah de Almachtige zegt: “Verricht de gebeden aan de twee uiteinden van de dag en bij de aanvang van de nacht, voorzeker, goede werken verdrijven kwade werken. Dit is een aanmaning voor degenen die er lering uit trekken.” [Soerat Hoed (11), aayah 114]

En: “Wend dan jouw aangezicht naar de godsdienst als een H'anief (rechtzinnig, in de zin van het zuivere monotheïsme). (Volg) de natuurlijke aanleg, die Allah in de mens heeft geschapen. Er is geen verandering in de schepping van Allah. Dat is de juiste godsdients, maar de meeste mensen weten het niet. (Wend jullie) als berouwvollen tot Hem, en vrees Hem en onderhoud de Salaat (het gebed) en behoor niet tot de veelgodenaanbidders.” [Soerat Ar-Roem (30), aayah 31-32]

En: “...En wanneer jullie veilig zijn, verricht dan het gebed. Voorwaar, het gebed is de gelovigen op vaste tijden voorgeschreven.” [Soerat An-Nisaa-e (4), aayah 103]

Het niet bidden en ontkennen van de verplichting, wordt gezien als ongeloof en plaatst iemand buiten de Islaam. Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalde dat de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: "Tussen een persoon en ongeloof staat het gebed." (Overgeleverd door Ahmad, Moeslim, Aboe Dawoed, at-Tirmidzi en Ibn Maadjah)

En Boeraydah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft gezegd: "Ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen: "De verplichting welke ons van hen scheidt is het gebed. Hij die er afstand van doet is een ongelovige geworden."

En van Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met zijn met vader en zoon) is de overlevering, dat op een dag, pratend over het gebed, de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: "Voor degene die het gebed verricht, zal het een licht zijn, een bewijs en een verlossing op de Dag der Opstanding. Voor degene die het niet onderhouden heeft, is er geen licht, geen bewijs, geen verlossing, en op de Dag der Opstanding is hij als Qaaroen, Fir'aun, Haman en Oebayy ibnoe Khalaf." (Overgeleverd door Ahmad. At-Tabaraani en Ibn-H'ibbaan)

Deze eervolle overleveringen en woorden van bevel vanuit de Heilige Qor-aan geven ons duidelijkheid omtrent de enorme zonde die men begaat wanneer men het gebed opgeeft. Ook duiden zij ons aan welke hun plaats zal zijn in dit leven en in het Hiernamaals. Vanwege deze en andere overleveringen en vanwege de enorme waarde en positie van het gebed in de Islaam, zijn vele metgezellen van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) van mening dat degene die afstand doet van het gebed, ongelovig is geworden en vele geleerden stemmen in met hun visie.

Dit is wat Ibn Roeshd zegt in Bidaayat Al-Moedjtahid; "Al-Haafidhz Abd` Al-‘Adhziem Al-Moendhieri zegt: "Een groep metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) is van mening dat, wie ook zijn gebed opzettelijk opschort totdat de gebedstijd gepasseerd is, tot ongelovige kan worden verklaard."

De hierboven vermelde visie is de overtuiging van metgezellen als `Oemar ibn Al-Khattaab, `Abdoellaah ibn Mas`oed, `Abdoellaah ibn`Abbaas, Moe`aadh ibn Djabal, Djaabier ibn `Abdoellaah en Aboe Ad-Dardaa-e (moge Allah tevreden met hen zijn).

Onder hen die geen Sah'aabah (metgezellen) waren, maar dezelfde overtuiging hebben, zijn: `Ahmad ibn H'anbal, Ish'aaq ibn Raahaweeh, `Abdoellaah ibn Al-Moebaarak, An-Nakha`i, Al-H'akam ibn Shaybah, Zoehayr ibn H'arb en anderen."

Weer anderen houden vast aan de visie dat degene die opzettelijk afstand doet van het gebed zonder zijn fundamentele geloof in de Islaam op te geven, niettemin ver afgedwaald is van het Pad der Waarheid en om geen slecht voorbeeld te zijn voor anderen, moet hij gestraft worden, totdat hij zijn gebeden hervat.

De wet in Islaam maant zijn volgelingen zeer streng en nauwkeurig aan tot een oprechte naleving van de Shari`ah (Islamitische Wetgeving) door het constant bezig zijn in de beoefening van het gebed, de belangrijkste zuil in Islaam en de grootste in omvang onder de religieuze verplichtingen.

Geen wonder dat hij als een ongelovige betiteld wordt, of als iemand die van de Waarheid is afgedwaald. Immers, in de Heilige Qor-aan lezen we dat degene die zijn gebeden opgeeft een zondaar genoemd wordt en gerekend wordt tot de ongehoorzamen die in de Hel worden geworpen. Allah de Almachtige zegt in de Qor-aan: “Zullen Wij hen die zich aan Allah hebben overgegeven net zo behandelen als de zondaars? Wat is er met jullie? Hoe oordelen jullie?” [Soerat Al-Qalam (68), aayah 35-36]

Inderdaad legt de Qor-aan ons verder uit en beschrijft de zondaar, die de gelovigen ontmoet, zeggend: “Iedere ziel is een borg voor wat zij heeft verricht. Behalve de mensen van de rechterzijde. In Tuinen (het Paradijs) vragen zij elkaar. Over de misdadigers. (Zij zeggen:) “Wat heeft hen naar de Hel gevoerd?" Zij zeiden: "Wij behoorden niet tot hen die het gebed verrichten. Noch voedden wij de armen. En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met degenen die ijdel praatten. En wij plachten de Dag Des oordeels te ontkennen. Tot het zekere (de dood) tot ons kwam.” [Soerat Al-Moeddathir (74), 38-47]

Het niet bidden is de weg volgen die leidt naar de Hel, welke niets achterlaat, niets spaart en de mens vernietigt door een enorme hitte, een terechte bestraffing. Maar jullie Heer wil niemand pijn doen!

Degene die de Pilaar van zijn religie heeft vernietigd en degene die ongehoorzaam is aan de geboden van zijn Heer, degene die de leer van de heilige profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) geweld aandoet, hij die te trots is geweest zijn Heer te aanbidden, voor hem is dit oordeel geen buitensporigheid. Door dit een ogenblik in overweging te willen nemen, zal hij zich zeker realiseren dat door het opgeven van het gebed, hij zichzelf buiten de grenzen van de Islaam heeft geplaatst en geen rechten heeft hiertegen te protesteren, tegen dit rechtvaardige oordeel, in het bijzonder na de beschrijvingen in de Edele Qor-aan en na het lezen van een H'adieth zoals de volgende, overgeleverd door Ibn`Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hen), waarin de profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zegt: "De Inhoud en de basis van de religie zijn onder te verdelen in drie dingen en op hen is de Islaam gegrondvest. Degene die afstand neemt van een van hen is een ongelovige, wiens bloed wettelijk legaal is te vloeien. 1. Shahaadah (geloofsgetuigenis). 2. Het onderhouden van het gebed. 3. Het vasten in de maand Ramadhaan."

Het feit dat je met iets verbonden bent, wil nog niet zeggen dat je er enige vooruitgang mee hebt bereikt, wanneer de verbintenis niet wordt ondersteund door daden die als het ware opgelegd zijn of besloten liggen in zo'n verbintenis. Laten we een aantal voorbeelden geven.

Eerste voorbeeld: veronderstel, je werkt op een kantoor waar een eventuele aanstelling tot de mogelijkheden behoort. Wanneer is het gerechtvaardigd je te betitelen als werknemer en je salaris te ontvangen? Is het geen vereiste je werk te doen? En registreert het hoofd van het kantoor niet de dag waarop je begonnen bent? En is het niet een vereiste je aan de normale kantoortijden te houden en te werken tot aan het eind van de maand om zodoende je salaris te ontvangen? Als je het werk niet verricht wat je is opgedragen of de taak die je is toebedeeld niet tot een einde brengt, als je steeds te laat komt op je werk, denk je dat de directie in alle geduld met je verder zou gaan? Zouden ze je uitbetalen? Natuurlijk Niet! Wanneer de opdracht van je aanstelling reeds was bevestigd, is het erg gemakkelijk de hele zaak te annuleren en je te ontslaan.

Tweede voorbeeld: je bent verbonden aan een instituut of school. Wordt er niet verwacht van je, dat je regelmatig de lessen volgt en je voorbereidt op datgene wat de staf van je vraagt? Als je ongehoorzaam bent aan je leraren en niet luistert naar wat ze te zeggen hebben, als je de regels en de voorschriften van het instituut steeds opnieuw overtreedt, zal het dan langer mogelijk zijn de lessen te blijven volgen? Of word je weggejaagd? Er is geen twijfel: je zult ontslagen worden en je eventuele lidmaatschap van het instituut is van geen enkele waarde meer.

Derde voorbeeld: wanneer je in het leger bent als commandant of als soldaat, wordt er niet van je verlangd een uniform te dragen? Is het niet belangrijk gehoorzaam te zijn en de orders van je superieuren zonder de minste tijd te verliezen uit te voeren? Als je weigert je uniform aan te trekken, of na het aangetrokken te hebben, je niet bereid bent de bevelen van je superieuren op te volgen en je niet inschikkelijk opstelt ten aanzien van de militaire reglementen, maar ze eerder geweld aandoet, falend in elke opdracht welke het lidmaatschap van dit eervolle beroep je oplegt, denk je nog langer te mogen profiteren van de vele voordelen van het leger, of denk je dat men zonder uitstel er toe over zal gaan je te ontslaan en je al je verdere rechten te ontnemen? Ik geloof dat, zoals te verwachten is, men ertoe zal overgaan je te ontslaan met als reden dat je zeer ongeschikt bent voor dit eervolle beroep.

De Islaam opereert precies op dezelfde wijze. Je accepteert Allah de Verhevene als je Heer, Islaam als religie en Mohammed (Allah's vrede en zegen zij met hem) als de profeet en boodschapper van Allah.

Is het niet noodzakelijk om een lid te zijn, om zodoende in staat te zijn de meest belangrijke zuil van Zijn geboden te praktiseren, namelijk de verplichting om het gebed te verrichten? Want het herkenningsteken van een moslim is het gebed, net zoals het uniform het herkenningsteken is van een soldaat.

Is het niet noodzakelijk de geboden in de Heilige Qor-aan te volgen, geopenbaard door Allah de Almachtige, en je bij elk afzonderlijk gebod in de Qor-aan neer te leggen, als je tenminste verbonden wilt zijn met Allah (Glorieus en Verheven is Hij), de Heilige Qor-aan en zijn gemeenschap?

Is het niet een gebod van de hoogste hand je te laten leiden door de profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) en zijn licht te volgen en hem te gehoorzamen in elk aspect, wetend dat Allah bevolen heeft hem te gehoorzamen en zijn voetstappen te volgen? Allah de Almachtige zegt in de Heilige Qor-aan: “…En wat de profeet jullie geeft, neemt het; maar wat hij jullie verbiedt, onthoudt jullie daarvan. En vrees Allah: voorwaar, Allah is streng in het straffen.” [Soerat Al-H'ashr (59), aayah 7]

Wanneer je ongehoorzaam bent aan de geboden van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) en aan de instructies van de profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), als je de Qor-aan naast je neerlegt en de steunpilaren van de Islaam één voor één opgeeft, totdat uiteindelijk het gebed zelf vernietigd is, denk je dan werkelijk, nadat je het gebed vernietigd en afgewezen hebt, dat je jezelf nog steeds kan betitelen als moslim? De aanspraak die je maakt op enige relatie met de Islaam, zal deze in werkelijkheid nog van enig voordeel zijn? Is er nog enige sprake van verbondenheid met Allah Ta'ala, met de Islaam, of word je ervan ontzet? Zeker is dat je uitgestoten bent en een afscheiding plaatst tussen de Islaam en jezelf. Dit antwoord is in mijn opinie in overeenstemming met de Shari`ah en volstrekt duidelijk en algemeen erkend.

De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zegt in een overlevering: “Als de Islaam stukje bij beetje afgebroken wordt, dan houden de mensen zich stevig vast aan het volgende overgebleven stukje. Het eerste wat weggenomen zal worden is heersen en heerschappij. Het laatste zal het gebed zijn.” (Overgeleverd door Ibn H'ibbaan van de H'adieth van Aboe Oemaamah)

De te verwachte Genade van Allah de Verhevene

Door je geloof dat Allah de Overvloedige is, in het vergeven van onze vergissingen, Die ons altijd even genadevol is, moet men niet suggereren dat de Islaam inconsequent is door de voorbeelden die ik zojuist heb gegeven. De reden is dat Zijn Genade alomvattend is en heel dicht bij staat, speciaal voor hen die geloven in de Almachtige Schepper, ook wanneer hun daden soms verkeerd zijn.

Ik sta achter degene, die gelooft dat Allah Vergevensgezind en Genadevol is, Zijn Genade strekt zich uit over de hemelen en de aarde en al datgene wat daarin verblijft. De uitgestrektheid van Zijn Genade raakt niet uitgeput. Daarentegen is een afzonderlijke druppel van de zee van edelmoedigheid voldoende om de gehele mensheid onder te dompelen in een overvloed van zegeningen en weldaden.

Dit is wat ik zeg, maar ook geloof. Overdenk thans met mij voor een moment sommige Verzen van de Heilige Qor-aan en overleveringen van de profeet Mohammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) en probeer ze te begrijpen.

Het is mijn overtuiging, en ik denk dat een logisch en gerijpt verstand het zonder meer zal ondersteunen, dat de Genade van Allah (Glorieus en Verheven is Hij) niet voor iedereen bestemd is, ook al is Zijn Genade in een zo'n grote omvang. Maar wat het allerbelangrijkste is: de Shari`ah accepteert dat ook niet.

Er zijn mensen die kwaad hebben gedaan, waarvoor de bergen zouden verkruimelen, de hemelen zouden splijten en de aarde zou donderen. Zij geloven niet in Allah (Verheven en Glorieus is Hij) en weigeren Zijn zegeningen. Zij behandelden mensen vals en onrechtvaardig. Zij ontkennen Allah en Zijn boodschapper, ze zijn opstandig jegens Zijn bevelen en bekommeren zich niet om Allah`s wetgeving en zij zijn in staat tot alles wat de Shari`ah hen gebiedt niet te doen. Denk jij dat zij enige aanspraak kunnen maken op de geweldige omvang van de Genade van Allah? Zij zijn er ver van, alleen de oprechten maken er aanspraak op. Allah de Almachtige zegt in de Heilige Qor-aan: “En zaait geen verderf op aarde na de verbetering ervan, en roep Hem aan, (Zijn bestraffing) vrezend, en (Zijn Barmhartigheid) begerend: voorwaar, de Barmhartigheid van Allah is dicht bij de weldoeners.” [Soerat Al-A'raaf (7), aayah 56]

In één van de Heilige overleveringen (H'adieth Qoedsi) herinnert de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) ons dat Allah (Glorieus en Verheven is Hij) zegt: "Hoe onbeschaamd is hij die naar het Paradijs streeft zonder er voor te werken. Hoe kan Ik Mijn Genade over hem uitstorten zonder dat hij zich bekommert om Mijn Genade?"

Genade is immers alleen te verkrijgen door middel van goede werken, vroomheid, aalmoezen en door een diepe verering voor Allah de Verhevene. Geloof is alleen bewijsbaar door daden die voortkomen uit geloof. Geloof komt niet simpel door het te wensen, maar door onthechting en standvastigheid in de ziel.

Van Al-Boekhaarie is de overlevering van een H'adieth van Enes, die de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft horen zeggen: "Geloof is niet het wensen ernaar, maar is dat wat is ingeplant in de ziel en zich laat bevestigen door daden. Het wensen alleen misleidt de mens, zodat wanneer zij dit leven verlaten, nog niet een goede daad hebben verricht. Zij zullen zeggen "Wij eerbiedigen Allah," maar zij liegen. Wanneer zij Allah geëerbiedigd zouden hebben, zouden zij goede daden hebben verricht."

Ik hoop dat, nadat je dit gelezen hebt, je niet wanhoopt aan de Genade van Allah, voorzeker zij is dichterbij dan je denkt, gereed om te worden ontvangen. Keer tot Allah de Verhevene in berouw en wees een van de gelovigen, die zich onderwerpt, die de Vergeving en de Genade en de Gunst van Allah ontvangt, waarnaar de ziel verlangt.

Daarin ligt de Weg die leidt naar voorspoed en geluk voor dit leven en het Hiernamaals. Haast je naar berouw; de deur van berouw is altijd open voor hen die er binnen wil gaan. Kom dichter tot Allah Ta'ala en Hij komt dichter tot jou, niemand kan je grotere hulp geven.

Verricht je religieuze verplichtingen en sta voor Allah (Glorieus en Verheven is Hij) in nederigheid en overgave. Allah de Barmhartige zal je zonden en vergissingen vergeven en je toegang verlenen tot Zijn Genade. Hij die je paleizen en mooie Tuinen schenkt. Haast je naar het werkelijke gebed dat je afhoudt van kwaad en dat wat verboden is en dat je dichter tot je Heer brengt. Dit alles is niet mogelijk, tenzij het gebed nederig en oprecht is.

Lees de volgende Ayaat in de Edele Qor-aan, en overpeins hoe belangrijk het is om te bidden: 2:110 - 2:238 - 2:239 - 14:40 - 19:59 - 20:14 - 23:1+2 - 23:9+10+11 - 29:45 - 75:30+32 - 77:48+49 - 87:14+15.

“Weet jij wie degene is die (de Dag van het) Oordeel loochent? Dat is degene die de wees wegduwt. En hij spoort niet aan tot het geven van voedsel aan de behoeftigen. Wee dan de verrichters van de Salaat (het gebed). Degenen die onachtzaam zijn met hun Salaat. Degenen die er een vertoning van maken. En die de levensbenodigdheden tegenhouden.” [Soerat Al-Maa'oen (107)]

“(Zij zeggen:) "Wat heeft hen naar Saqar (de Hel) gevoerd?" Zij zeiden: "Wij behoorden niet tot degenen die de Salaat verrichten.” [Soerat Al-Moeddathir (74), aayah 42-43]
 
naar boven naar index: het gebed