Artikelen---Het gebed---Het Islamitische oordeel over degene die het gebed nalaat

 

Het Islamitische oordeel over degene die het gebed nalaat

 

 

(door sheikh Moh'ammed ibn ‘Oethaymien)

Dit is een onderwerp dat tot de grote Islamitische wetenschapsonderwerpen behoort. Veel geleerden zijn het over bepaalde zaken oneens (vroeger en tegenwoordig) [Zie Madzaahib en meningsverschillen betreffende de Islamitische Wet voor meer uitleg hierover]. Al-Imaam Ah'med ibn H'anbal heeft gezegd: "Degene die het gebed nalaat is een kaafir (ongelovige). Als hij geen berouw toont voor Allah en het gebed niet verricht, treed hij buiten de oevers van de Islaam en dient hij geëxecuteerd te worden."

Aboe H'anifah, Maalik en Shafi'ie hebben gezegd dat degene die het gebed niet verricht een fasieq is (zware zondaar, maar treedt niet buiten de oevers van de Islaam). Toen verscheen er een meningsverschil tussen de geleerden. Maalik en Shafi'ie zeiden dat hij geëxecuteerd moet worden. Aboe H'anifah zei: “Hij dient bestraft te worden maar niet geëxecuteerd.”

Als wij een meningsverschil zien, dienen wij ons te wenden tot het Boek van Allah en de Soennah van Zijn boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Allah de Verhevene zegt: “En waar jullie ook van mening over verschillen: de beslissing daarvoor is aan Allah.” [Soerat ash-Shoe'raa-e (26), aayah 10]

De Verhevene zegt ook: "Als jullie over iets van mening verschillen, leg het dan voor aan Allah en de boodschapper, indien jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. Dat is beter en een betere afsluiting." [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 59]

Als we ons keren naar het boek van Allah en de Soennah van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) dan zien we een duidelijke aanduiden dat degene die het gebed nalaat buiten de oevers van de Islaam treedt.

Allah de Verhevene zegt in Zijn Qor-aan: "Wanneer zij dan berouw tonen, en de salaat (het gebed) onderhouden en de zakaat geven, dan zijn zij jullie broeders in de godsdienst." [Soerat at-Tawbah (9), aayah 11]

En de Verhevene zegt ook: "Maar na hen volgden andere generaties, die de salaat achterwege lieten en de begeerten volgden. Daarom zullen zij verlies tegemoet zien Behalve wie berouw toont en gelooft en goede daden verricht. Zij zijn het die het Paradijs zullen binnentreden en hen zal geen enkel onrecht aangedaan worden." [Soerat Maryam (19), aayah 59-60]

Wat te concluderen is uit de Verzen van Soerat Maryam is dat Allah zei over degenen die het gebed nalaten en hun begeerten volgen: "Behalve wie berouw toont." Dit duidt aan dat wanneer zij het gebed achterwege hebben gelaten en hun lusten hebben gevolgd, zij niet tot de gelovigen behoren. Dit wordt bewezen in aayah 11 van at-Tawbah, waar Allah drie voorwaarden heeft gesteld voor het bestaan van broederschap tussen ons en de ongelovigen:

- Dat zij berouw tonen van shirk (afgoderij).

- Het gebed verrichten.

- De zakaat betalen.

Als zij berouw tonen voor shirk en het gebed niet verrichten en de zakaat niet betalen, dan behoren zij niet tot onze broeders. Als zij het gebed verrichten en de zakaat niet betalen, dan behoren zij ook niet tot onze broeders. Broederschap in het geloof bestaat altijd tussen moslims behalve als er sprake is van het verlaten van de Islaam door een persoon. Broederschap blijft aanwezig tussen twee mensen, ook als een van hen een zware zondaar is - zolang hij maar niet ongelovig wordt.

Verder heeft de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) de straf voor degene die zijn zakaat niet betaald genoemd in een h'adieth die overgeleverd is door Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem). Aan het einde van de h'adieth zei de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem): "...en Allah zal dan oordelen over hem (degene die de zakaat niet betaald) of hij tot de Helbewoners behoort of de Paradijsbewoners." Deze h'adieth is te vinden in Sah'ieh' Moeslim onder "baab iethm maani' azzakaat." Dit is een aanvulling op bovenstaande aayah over degene die de zakaat niet betaalt. In de h'adieth is er sprake van een duidelijk oordeel over degene die de zakaat niet betaalt, dit integendeel tot de aayah die geen aanduiding geeft over desbetreffende persoon. Hetgeen wat uitgesproken wordt krijgt voorrang op hetgeen wat begrepen wordt, zoals het bekend is in de Islamitische jurisprudentie regels.

H'adieth: Djabir ibn 'Abdiellah zei dat de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: "Het verschil tussen een moslim en een ongelovige is het nalaten van het gebed." (Overgeleverd door Moesliem: Kietaab al-Imaan.)

Overgeleverd door Baridah ibn 'Hosayb (moge Allah tevreden zijn met hem) dat hij de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) hoorde zeggen: "De belofte tussen ons en hen is het gebed, wie het achterwege laat treed in ongeloof." (Ahmed, Tirmidzie, Aboe Daawoed, Nasaa'ie en Ibn Madjah.)

Er is hier sprake van koefr (ongeloof) die een persoon geheel buiten de Islaam zet, omdat de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) het gebed als afscheiding tussen gelovigen en ongelovigen heeft gezet. Wie de opgestelde belofte niet nakomt treed buiten de Islaam. In verschillende ah'adieth wordt aangeduid dat degene die het gebed nalaat ongelovig is.

Verschillende consequenties treden op voor degene die het gebed achterwege laat:

- Zijn zeggenschap: hij mag over geen enkel zaak beoordelen waarbij de zeggingschap in de Islaam als voorwaarde moet zijn. Zoals het huwelijk, ouderschap etc. Tevens mag een persoon die het gebed niet verricht de moslims niet huwen. Een van de eisen die een hoeder/voogd (waali) dient te bevatten is de Islaam. Allah Ta'ala zegt: "En wie keert zich af van de godsdienst van Ibraahiem (de Islaam) anders dan wie zich voor de gek houdt?" [Soerat al-Baqarah (2), aayah 130]

- Degene die het gebed achterwege laat, mag niet erven en van hem mag niet geërfd worden. Dit is te lezen in de h'adieth die overgeleverd is door Oessama ibn Zayd, waarbij de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: "Een moslim erft de ongelovige niet, en de ongelovige de moslim niet." (Overgeleverd door Boekhaarie en Moesliem.)

- Er mag niet gegeten worden van het vlees wat hij slacht, omdat hij een ongelovige is.

- Er mag niet voor hem gebeden worden als hij sterft. Allah de Verhevene zegt: "En verricht nooit een salaat over een dode van hen (de ongelovigen, hypocrieten) en sta niet bij zijn graf: voorwaar, zij geloven niet in Allah en Zijn boodschapper en zij stierven, en zij waren zwaar zondig." [Soerat at-Tawbah (9), aayah 84]

En Hij zegt ook: "Het past de profeet en degenen die geloven niet dat zij voor de veelgodenaanbidders (bij Allah) om vergeving vragen, ook al zijn zij verwanten, nadat het hen duidelijk is geworden dat zij de bewoners van de Hel zijn. En Ibraahiem's verzoek om vergeving voor zijn vader was slechts vanwege een belofte die hij aan hem had gedaan. Toen het hem dan duidelijk was geworden dat hij een vijand van Allah was, verbrak hij (de band) met hem. Voorwaar, Ibraahiem was zeker nederig, zachtaardig." [Soerat at-Tawbah (9), aayah 113-114] ... etc.

Haast u tot het terugkeren naar Allah en toon berouw tot Hem. Verricht uw gebed op de vastgestelde tijdstippen. Tot slot herinner ik u dat Allah het volgende gezegd heeft: "...behalve degene die berouw toont en gelooft en goede daden verricht. Voor diegenen wisselt Allah hun zonden in voor goede dagen. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig" [Soerat al-Foerqaan (25), aayah 70]

naar boven naar index: het gebed