Artikelen---De vergeten Islamitische beschaving!

 

De vergeten Islamitische beschaving!

 

Dit artikel is gebaseerd op een samenvatting van “The Little Known Tolerant and Humane Aspects of Muslim Civilisation,” geschreven door Salah Zaimeche BA, MA, PhD, bewerkt door Aboe Yoesoef. Het gaat over de bijdrage van Islaam betreffende humane aspecten. De media is al lange tijd hard aan het werken om een zeer negatief beeld over de Islaam te creëren. De Islaam wordt van alles en nog wat verweten en beschuldigt van intolerantie, achteruitgang en verderf. Door middel van dit artikel proberen wij de moslims bewust te maken van, en de ogen van niet-moslims te openen voor het feit dat het juist de Islaam is die zorgt voor tolerantie en een vreedzame coëxistentie, en dat de Islaam het enige systeem is dat discriminatie en andere misdaden tegenover mens, dier en plant effectief bestrijdt. Ik hoorde eens de volgende zin: “De mens is in staat om een man op de maan te zetten, maar de mens is niet in staat om het probleem van discriminatie op te lossen.” Dit artikel zal aantonen dat er al lang een oplossing voor dit probleem en alle andere problemen is, maar helaas willen de meeste mensen hier niets van weten en wordt de Islaam juist aangevallen. Maar dit feit is door Allah de Verhevene al bekend gemaakt, toen Hij Openbaarde: “En als er tot hen wordt gezegd: “Zaait geen verderf op aarde,” dan zeggen zij: “Voorwaar, wij zijn slechts verbeteraars (van de juiste waarden en normen).” Weet: voorwaar, zij zijn de verderfzaaiers, maar zij beseffen het niet.” (Soerah Al-Baqarah (2), aayah 11-12)

In dit artikel hebben we bewust uitspraken van niet-moslims aangehaald om aan te tonen dat er ook niet-moslims zijn die deze feiten erkennen, en dat het niet alleen de moslims zijn die positief spreken over de Islaam.

Aspecten van verdraagzaamheid en menselijkheid in de moslimbeschaving.

De moslims zijn als minderheid in de westerse landen, onder ernstige spanning komen te staan, vooral na 11 september 2001. De Italiaanse eerste minister, alsook de (door een Nederlandse niet-moslim) vermoorde Nederlandse rechtse politicus Pim Fortuyn, en anderen die in hun voetstappen volgen, hebben zich bezig gehouden met openlijke schimpredes tegen de Islaam en het bestempeld als een geloof van duisternis, een loochening voor de beschaving en vooruitgang, intolerant en onmenselijk etc. etc.; een taal herinnerend aan de aanval op het geloof in de 19 de eeuw, voorafgaande aan, en in het spoor van, de bezetting van de Islamitische landen (de periode van kolonisatie). Een bezetting die destijds werd gerechtvaardigd als een ontwikkelingsmissie – zogenaamd voor de bestwil van moslims. De huidige media en talrijke, snel toenemende websites, blijven toevoegen aan de stroom van gelijksoortige minachtende woorden. Sommige schrijvers en websites zijn meer kwaadaardig dan andere.

Op deze manier tonen zij alleen maar hun vooringenomenheid, onwetendheid en haat tegenover de waarheid aan, en de lage positie die zij onder de mensen innemen. Want als we hun normen en waarden vergelijken met die van de Islaam, dan zien we dat de Islaam werkelijk met kop en schouders boven de rest uitsteekt. De publicaties van de spotprenten over onze geliefde profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn), de beste mens die ooit voet heeft gezet op deze aarde, is hier een goed voorbeeld van. Want Allah de Verhevene zegt [interpretatie van de betekenis]: “En bespot niet degenen die naast Allah (goden) aanroepen…” (Soerah Al-An'aam (6), aayah 108) Dit is een goed voorbeeld van de hoge normen en waarden van de Islaam, waarden en normen die vele media, journalisten, schrijvers, tv-programmamakers, politici etc. lang niet halen. Zij bewijzen alleen maar hun zieligheid en laagheid en tonen aan dat zij hun verantwoordelijkheid niet kennen en dat zij de werkelijke reden achter “terrorisme” zijn. Want ijzer breekt niet, behalve als je het maar vaak genoeg buigt. Deze hele situatie is dan ook een tolerantietest, een test die sommige moslims helaas niet tot een goed einde brengen en de vijanden van de Islaam alleen maar een stok geven om de andere moslims nog harder mee te slaan.

De anti-Islamitische gevoelens worden zelfs nog aangewakkerd door politici van ongekende laagheid, en dit zijn niet alleen de rechtse politici, maar ook anderen die oproepen tot haat, geweld en anti-Islamitische reacties, waarvan de consequenties niet te overzien zijn betreffende de controle van beschaafde gemeenschappen.

Natuurlijk denken vele mensen dat deze propaganda rechtvaardig is en dat de moslims een slecht einde verdienen, aangezien er te vaak gedacht wordt dat de Islaam over het algemeen een religie van achteruitgang is en een intolerant geloof. Dit is de houding van de meerderheid van de tegenwoordige media en dit is het beeld wat de academische lectuur schetst betreffende Islaam en moslims, waarbij ze de mildere stemmen, van onder andere prins Charles, die altijd geprobeerd heeft objectief te blijven betreffende zijn mening over zowel Islaam als moslims, worden overschreeuwd. Toch zijn de moslims, hoewel ze worden afgeschilderd als volgelingen van een geloof van duisternis, achteruitgang en intolerantie, in feite de volgelingen van een wezenlijk rechtvaardig geloof. Alleen is dit helaas aan vele moslims tegenwoordig niet te zien, en zijn de moslims dus gedeeltelijk schuldig aan dit negatieve beeld.

Dit artikel is een bescheiden poging om aan te tonen dat het volgen van Islaam juist zorgt voor tolerantie en wederzijds respect en dat al het andere daarin faalt, want ‘het westen' schreeuwt wel dat zij pleiten voor tolerantie, vrijheid van meningsuiting etc., maar de werkelijkheid is juist anders.

Een mooi voorbeeld hiervan is dat een Iranese krant een competitie uitschreef waarin zij mensen opriepen om de leukste spotprent over de holocaust te maken, als antwoord op de spotprenten over de profeet Moh‘ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Amerika uitte hier kritiek op, dus dit is dan hun vrijheid van meningsuiting!? Nergens in de wereld geldt een volledige vrijheid van meningsuiting, alleen verschillen de grenzen tot hoe ver iemand kan gaan. Als het tegen Islaam gebruikt wordt dan moet dat kunnen, maar als de moslims reageren dan gaat het te ver.

De mythe over Islaam als een religie van het zwaard.

In de Qor-aan zegt God [interpretatie van de betekenis]: “…en die de woede inhouden en anderen vergeven. En Allah houdt van de weldoeners.” (Soerah Aal ‘Imraan (3), aayah 134)

Islaam en agressie en geweld door het gebruik van het zwaard worden bijna altijd afgeschilderd als coëxistent. Maar geschiedenis onthult het omgekeerde. Vanaf de vroegere periode van Islaam en tijdens de hele periode van het khalifaat, hebben de moslims over het algemeen het Soennah -beleid van tolerantie gevolgd, tegenover iedereen, vooral degenen die verslagen werden. De intocht van de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) in Mekkah (de verovering van Mekkah dat zonder bloedvergieten plaatsvond) werd gevolgd, zoals Scott zegt: “…met een edelmoedigheid ongeëvenaard in de annalen van oorlog, er werd een algemene amnestie afgekondigd en slechts vier personen, wiens misdaden als onvergeeflijk werden gezien, kregen de doodsstraf.”

Davenport verhaalt hoe de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) in de vroegere periode van Islaam een boodschapper naar de gouverneur van Bossa, vlakbij Damascus, stuurde die gevangen genomen en vermoord werd door de christelijke leider. Drieduizend moslims werden prompt uitgerust voor vergelding. De profeet r maande hen aan om hun dapperheid voor de Zaak van Allah de Verhevene te laten zien. Maar op datzelfde moment verbood hij hen om hun oorlogsbuit van de gewone mensen te verzamelen, maar van de openbare schatkisten van de veroverde staat: “Bij het wreken van dit onrecht,” zei hij, “val de onschuldige burgers die in hun huizen blijven niet lastig; spaar het zwakkere geslacht, de zuigeling aan de borst, en diegenen die niet deelnemen aan de strijd. Weerhoud jullie van het vernielen van de woningen van de inwoners die geen weerstand bieden en vernietig de middelen voor levensonderhoud niet; respecteer hun fruitbomen, beschadig de palmbomen niet, zo nuttig voor Syrië door zijn schaduw en zo zalig door zijn gebladerte.” (De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) [interpretatie van de betekenis].)

Deze barmhartige woorden van de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) staan in schril contrast met het volgende Bijbelvers Ezechiël 9:5-6 : “…Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis (medelijden) . Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen…” En de christelijke geschiedenis is vol met dit soort taferelen; de gruweldaden tijdens de kruistochten zijn daar een goed bijvoorbeeld van en tegenwoordig zorgen de christenen nog steeds voor veel bloedbaden doordat zij andere volken o.a. hun democratie en “vrijheid” met o.a. bommen vanuit vliegtuigen willen opleggen. In de Bijbel vinden we meer van dit soort teksten die oproepen tot haat en verderf. Zo staat er bijvoorbeeld in de Bijbel dat Jezus (vrede zij met hem) gezegd zou hebben: “…Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard…” (Matteüs 10:34)

De eerste vier khaliefen na de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) volgden precies deze voorschriften. “Wees rechtvaardig,” was de afkondiging van Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) [632-634], “wees moedig; sterf liever dan je over te geven; wees genadig; dood geen oude mensen, noch vrouwen, noch kinderen. Vernietig geen fruitbomen, graan of vee. Houd je woord, zelfs tegenover jullie vijanden.” (Khalief Aboe Bakr (moge Allah tevreden zijn met hem) [interpretatie van de betekenis].)

Onder khalief ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) [634-644] werd Syrië veroverd door de moslims. Op een dag, waarschijnlijk in het begin van september 635, zoals Glubb verhaalt, stroomden de moslims bij het krieken van de dag Damascus binnen. De Byzantijnse gouverneur gaf zich over op voorwaarden dat alle niet-moslims een belasting dienden te betalen van slechts één dinar… Deze voorwaarden kunnen gezien worden als een buitengewoon genereuze daad. Steden die in Europa door de christenen werden veroverd, konden er van uit gaan dat zij geplunderd werden, zelfs in de tijden van de Napoleontische oorlogen. Dit is eigenlijk ook niet zo vreemd, daar de Bijbel oproept tot zulke verschrikkelijke daden.

De moslims hadden zelf deze verschrikkelijke ervaring toen hun steden en dorpen ingenomen werden door de kruisvaarders met veel voorbeelden van slachtpartijen onder de moslims die totaal geen genade ontvingen. Aldus, in 1098, tijdens de eerste kruistocht (die begon in 1096), toen de kruisvaarders Ma'arrat an'Noeman innamen, duurde de slachtpartij drie dagen voort waarbij de Franken meer dan 100.000 mensen doodden. Nu volgt een citaat van Robert de Monnik, volgend op de inname van Ma'arrat:

“Onze mannen,” zei de vrome en liefdadige kroniekschrijver (dit zijn de woorden van Lebon), “liepen over de wegen, pleinen en over de daken, en genoten van de afslachting zoals een leeuwin die haar jongen van haar liet wegnemen. Zij hakten in stukken en doodden kinderen, de jongeren en de ouderen, belast door het gewicht van de jaren. Zij deden dit in groepen… Onze mannen grepen iedereen die in hun handen vielen. Zij sneden buiken open, en namen gouden munten. Oh walgelijke hebzucht naar goud! Beken van bloed stroomden over de wegen van de stad; en overal lagen lijken. Oh verblinde volken en voorbeschikt om te sterven; niemand van die massa accepteerde het christelijke geloof. Uiteindelijk bracht Bohemund (één van de legerleiders) iedereen naar buiten die hij eerst uitgenodigd had om zich op te sluiten in de toren van die plaats. Hij beval dat alle oude vrouwen gedood moesten worden, en ook de oude mannen, wiens leeftijd hen nutteloos maakte; vervolgens beval hij dat de rest naar Antiochië (het tegenwoordige Turkse Antakya, op de grens met Syrië) gebracht moest worden om als slaven verkocht te worden. Deze afslachting van de Turken vond plaats op 12 december, op zondag, maar op deze dag kon al het werk niet voltooid worden, dus de volgende dag doodden onze mannen de rest.” (Robert de Monnik)

Radulph van Caen zei hoe: “In Maarra kookten onze troepen volwassen heidenen in potten; zij spietsten kinderen op spitten en verslonden hen gegrild.” Om zulk lot te vermijden, sprongen vele moslims in bronnen hun dood tegemoet, aldus een christelijke schrijver.

En wat er gebeurde in Ma'arrat, gebeurde ook in alle andere steden en dorpen die door de kruisvaarders werden ingenomen. En toch, ook al werden de moslims in grote aantallen afgeslacht, vonden zij reserves aan ongeëvenaarde menselijkheid door niet hetzelfde te doen toen de moslims later de christelijke steden veroverden. Finucane vertelt hoe in 1221 de verslagen christenen bezocht werden door hun (moslim) vijanden, die hen voedsel brachten om hen te redden van verhongering. Zulke verhalen over samenwerking tussen moslims en christenen, merkt Finucane ook op, werden in Europa gewoonlijk met onbegrip ontvangen.

Tolerantie betreffende verschillen.

Met de woorden van Daniel: “Het begrip tolerantie in het Christendom werd ontleend aan de handelingen van de moslims.” En Davenport zegt het als volgt: “Zoals er niets is dat een Osmaan zijn religie laat opgeven, zo ook probeert hij nooit het geloof van een ander te verstoren… Voor de moslimgeleerden (van het geloof) behoort het bekeren van de zielen aan God.”

Tijdens de vooruitgang van de moslims, waren er bijna geen voorbeelden van gedwongen bekeringen, in tegenstelling tot gevallen toen de christenen de overhand hadden, ook niet in gebieden als Noord Afrika, wat vaak beschouwd wordt als een gebied waar de mensen met behulp van het zwaard bekeerd zijn. Dit kan ook niet, want dit gaat tegen de leringen van de Islaam in. Allah de Verhevene zegt namelijk: "Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling..." (Qor-aan, Soerah Al-Baqarah (2), aayah 256)

Forster maakt duidelijk dat de Islaam in Noord Afrika floreerde zonder het vertrouwen op ‘politieke dominantie' en dat de volgelingen niet ‘geboeid' werden door beperkingen van een moslimregering. Evenzo erkende Voltaire, hoewel hij geen vriend van de Islaam is, nog steeds dat “het niet door de kracht van wapens was dat Islaam zich vestigde op de helft van onze hemisfeer (helft van de aardbol), maar in de plaats daarvan gebeurde het door enthousiasme en overtuiging.”

Glubb vindt dat in religieuze tolerantie: “…de moslims van de zevende eeuw zich onthielden van vervolging, en joden en christenen toestonden om hun eigen wetten uit te voeren en om hun eigen rechters te kiezen. Zo'n duizend jaar later werden er in Europa nog steeds mensen gemarteld en levend verbrand vanwege hun geloof. En over het algemeen continueerden de Osmanen het beleid van religieuze tolerantie dat zij geërfd hadden van de Arabieren.” (Glubb)

Hier kunnen de westerse regeringen wijze lessen uittrekken, maar dit hoge niveau van tolerantie en deze hoge waarden en normen zullen zij nooit bereiken zonder Islaam in hun harten. Stel je voor, een Islamitische rechtbank in Nederland waar moslims volgen de Islamitische wet worden behandeld. Voor veel Nederlanders is dit ondenkbaar, maar de moslims pasten dit toe en stonden niet-moslims toe om volgens hun religie recht te spreken onder de volgelingen van dat geloof.

Araya Goubet merkt ook op hoe “religieuze tolerantie en Islamitische inspiratie toestond dat christenen, moslims en joden op een harmonieuze en vreedame manier samenleefden tot het einde van de vijftiende eeuw. De dominantie van christelijke geestelijken leidde tot een geleidelijke buitensluiting, onderwerping en verbanning van de andere religieuze groepen, beginnend in 1492, maar met het hoogtepunt in 1567 toen Philip II een verordening bekent maakte waardoor het voor Morisco's (gekerstende [ex]moslims) verboden werd om moslimnamen en de Arabische taal te gebruiken. De Morisco's werden uiteindelijk in 1609 verdreven. Ten slotte kan de geschiedenis van de mensen van het Iberische schiereiland (Portugal en Spanje) samengevat worden als “levend in saamhorigheid tot het uiteenvallen in het begin van de vijftiende eeuw.”

Islamitische beschaving en etniciteit.

Met betrekking tot het Islamitische standpunt tegenover etniciteit, kunnen we gerust stellen dat er geen andere religie is die een gelijkwaardig gevoel van broederschap vertoont, ongeacht de afkomst van de volgelingen. De moslim die het geloof belijdt, verplicht zich om andere moslims een gelijke behandeling te geven. Dit is een gevolg van het Qor-anische gebod dat vroomheid en naleving de enige criteria zijn om een persoon te beoordelen. Ethische verschillen tussen mensen werden duidelijk bepaald in termen van hun daden, ongeacht hun oorspronkelijke culturen. Het is belangrijk om te vermelden dat de eerste persoon die aangewezen werd om de adhaan (oproep tot het gebed) te verrichten, een donker gekleurd persoon was. Bovendien riep de Islaam op tot het vrijlaten van slaven en gaf te kennen dat de hele schepping met rechtvaardigheid en zorg behandeld moest worden.

In Islaam werd er gedurende veertien eeuwen geen enkele persoon gestigmatiseerd vanwege zijn huidskleur. De nakomelingen van een niet-blanke moeder en een blanke vader werden volledige gelijkwaardigheid toegekend en werden niet uitgesloten voor hoge functies. Van 946 tot 968 werd Egypte geregeerd door Kafur, een neger die in slavernij geboren was. Of we nu kijken naar de tiende eeuw of naar tegenwoordig, volgens Levi Provencal is er geen gebrek aan gekleurde mensen in de rangen van aristocratie of de handelsklasse: dit is altijd een essentieel kenmerk geweest van het Islamitische wereldbeeld.

Het is significant dat door de eeuwen heen de acceptatie van de Islaam, het betalen van Zakaat, het verrichten van de gebeden en de H'adj en het nakomen van de verplichtingen tijdens de Ramadhaan, toegepast werden zonder voorbehoud betreffende de afkomst of omstandigheden van de deelnemers. Malcolm X blijkt dit tijdens zijn H'adj het allergrootste kenmerk te vinden, toen hij zei: “…de kleurenblindheid van de religieuze gemeenschap van de moslimwereld en de kleurenblindheid van de Islamitische menselijke gemeenschap: deze twee invloeden hebben beide een grote impact gehad en een toenemende overtuiging tegen mijn vorige manier van denken.” (Malcolm X)

Malcolm X (1925–1965) was als kind getuige van het in brand steken van zijn ouderlijke woning door leden van de christelijke racistische sekte van de Ku Klux Klan. Sindsdien koesterde hij een felle haat tegen de blanken. In 1952 trad hij toe tot de Nation of Islam, ook wel bekend als de Black Muslims, een religieuze en politieke sekte, die de suprematie van de negers predikte. De leer en riten van die sekte beïnvloedden hem zodanig, dat hij zijn vroegere levenswijze opgaf en welhaast een asceet werd. Malcolm X leidde de Black Muslims tot 1963, toen hij zijn functie moest neerleggen in verband met zijn negatieve uitlatingen over de vermoorde president Kennedy. Daarna brak hij met de Black Muslims en stichtte de Organisatie voor Afro-Amerikaanse eenheid. De H'adj naar Mekkah deed zijn haat jegens de blanken omslaan in verzoening.

In Mekkah was “geen apartheid en er waren geen liberalen”; onverschilligheid tegenover kleur was spontaan en voor Malcolm X was dit klaarblijkelijk een enorme ervaring: “Ik deelde ware broederliefde met blanke moslims die nooit aandacht schonken aan het ras of aan de huidskleur van een andere moslim.”

Politieke, economische en culturele participatie voor iedereen.

Scott merkt op hoe zelfs in de vroegere fasen, toen de eerste schok van verovering was gepasseerd, “de overweldigende angst veroorzaakt door de (moslim) veroveraars afgenomen was. Zij bleken zeer anders te zijn dan de vleesgeworden demonen zoals de vervormde verbeelding hen had afgeschilderd. Zij bleken genadig, genereus en humaan te zijn.” Mensen onder het moslimrijk, merkt Scott op, werden de gelegenheid gegeven om deel te nemen aan de voordelen van de beschaving die vanaf praktisch het begin werd ingeluid door hun bestuurders. Inderdaad, tijdens het gehele Islamitische bestuur, of het nu onder de Arabieren was of onder de Turken (Osmanen), haalden alle minderheden voordelen uit de vrede en gelijkwaardigheid betreffende mogelijkheden die zelfs in geen enig tegenwoordig westers land geëvenaard kunnen worden.

Van Ess merkt op dat er in de Islamitische wereld geen opgedrongen getto's waren. Leden van dezelfde religieuze gemeenschap leefden vaak in dezelfde wijk vanwege familiaire solidariteit; maar zij werden niet opzettelijk en principieel apart gehouden van de moslims. In Córdoba (Spanje) waren achthonderd openbare scholen die gelijk bezocht werden door moslims, christenen en joden. De deuren van onderwijsinstellingen stonden open voor studenten van elke nationaliteit, en de moslims van Andalusië, voegt Scott toe, ontvingen kennis op hetzelfde moment en onder dezelfde condities als de leergierige pelgrims uit Klein Azië en Egypte, maar ook uit Duitsland, Frankrijk en Engeland.

Op het gebied van wetenschap en onderwijs stonden de deuren open voor alle geleerden, of zij nu Chinees, Indisch, Afrikaans, Europees, moslim, christen of jood waren, en zij ontwikkelden zich allemaal gelijkwaardig. Enkele van de vroegere en meest prominente wetenschappers aan het Islamitische Abbasidische hof, zoals Ish'aaq ibn Hoenayn en Hoenayn ibn Ish'aaq, waren nestoriaanse christenen. Thabit ibn Qoerrah, de astronoom, was een Sabaeër (Midden-Jemen). De Bakhishtu familie, die in de negende eeuw de meest prominente posities in het hof bekleedden, waren christenen. Maar ook de joden hadden hun meest glorieuze periode van hun beschaving onder de Islamitische regeringen. Als men bladert door de honderden pagina's tellende introductie van Sarton's ‘History of Science', raakt men verwonderd door de vele namen van joodse geleerden die tijdens de Islamitische beschaving aan allerlei onderwerpen werkten. Sommige waren niet alleen geleerden, maar bekleedden zelfs enkele van de belangrijkste vertrouwensposities in de Islamitische jurisdicties. Maimonides, een bekende joodse arts, was de arts van sultan Salah' oed-Dien Ayyoebi en diens hofhouding. Hasdai ibn Shaprut, opgevolgd door zijn zonen, bekleedde enkele prominente posities in Islamitisch Spanje. Veel gezanten die door de moslims naar de christenen werden gestuurd, waren joden; een groot deel van de handel was in handen van de joden.

Zelfs toen het Islamitische land bedreigd werd door zowel de kruisvaarders en later door de Mongolen (midden van de 13 de eeuw), dermate dat een groot deel van de bevolking afgeslacht was (800.000 doden in alleen Bagdad in 1258), overleefden minderheden, of het nu joden of christenen waren (zelfs als zij bondgenoten waren van de kruisvaarders), onder het Islamitische bestuur tot op de dag van vandaag met al hun macht, privileges en rijkdom intact. Alleen dit feit toont al overduidelijk aan dat het huidige stereotype beeld van de Islaam als de religie van intolerantie niets te maken heeft met de werkelijkheid van de Islaam. De onbevooroordeelde zoeker naar kennis en degene die de geschiedenis bestudeerd, zal zeker de ware aard van de Islaam zien en beseffen dat de Islamitische beschaving het hoogtepunt van alle beschavingen was, een beeld dat verborgen zal blijven voor degene die zich beperkt tot een krantje en het journaal. De moslims vielen het geloof of de gewoonten van anderen niet aan. Verschillen in geloof is iets waar een moslim mee kon en kan leven.

Een humane beschaving voor alle levende wezens.

In de Qor-aan, in o.a. Soerah Al-Baqarah (2) aayah 190-193, wordt de Islamitische positie met betrekking tot het gebruik van geweld duidelijk verklaart: niemand kan de acceptabele grenzen overschrijden, want Allah de Verhevene houdt niet van enig soort agressie, lichamelijk of verbaal. Allah de Almachtige zegt namelijk in de genoemde verzen: “En strijdt op de Weg van Allah tegen degenen die tegen jullie strijden en overtreedt niet. Voorwaar, Allah heeft de overtreders niet lief. En doodt hen waar jullie hen ook aantreffen en verdrijf hen van waar ij jullie hebben verdreven. En Fitnah (hier betekent het Shirk [afgoderij]) is erger dan doodslag. En bestrijdt hen niet bij de Masdjid al-H'araam (de Gewijde Moskee te Mekkah) totdat ij jullie daar bestrijden; als zij jullie dan bestrijden: doodt hen dan. Zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden; voorwaar, dan is Allah Meest Vergevensgezind, Meest Barmhartig. En bestrijdt hen tot er geen Fitnah (meer) is en de godsdienst aan Allah behoort, maar als zij dan ophouden, dan is er geen vijandschap, behalve tegen de onrechtplegers.”

Het verhaal over de Turkse/Algerijnse zeerovers die terreur verspreidden over de zeeën en langs de Europese kust, was een politieke list die gebruikt werd om de verovering van Algerije door de Fransen in 1830 te rechtvaardigen. Earle en Bono, en vooral Fisher, hebben deze legende ontmaskerd. Inderdaad, piraterij werd voornamelijk beoefend door Europeanen; en er waren in Algerije haast geen piraten over in de achttiende eeuw, zoals Valensi en Braudel hebben aangetoond. Pelgrimverhalen uit de veertiende eeuw van o.a. de Ier Simon of Semeon, tonen aan dat men de verhalen over christelijke slaven die als dieren voor de kar werden gespannen niet dienden te geloven.

Islaam wordt over het algemeen gezien als een bron van wreedheden, maar de geschiedenis en de ware geloofsleer (die men kan vinden in de Qor-aan en de Soennah) tonen het omgekeerde aan. Thevenot merkt op dat één van de leringen van de Islaam (namelijk de Zakaat) duidelijk opgemerkt werd onder de Turken (Osmanen), want zij waren liefdadig en bereid om de armen te helpen, of zij nu Turken, christenen of joden waren. Sommige Turken gaven hun rijkdom al weg tijdens hun leven, anderen lieten na hun overlijden grote bedragen achter voor het bouwen van ziekenhuizen, bruggen, karavansera's (huisvesting voor reizigers) en aquaducten. Degenen die niet over deze middelen beschikten, besteedden hun tijd aan het onderhouden van de wegen en het vullen van waterreservoirs. Tournefort levert ondersteunend bewijs dat naast de individuele aalmoezen, er geen volk zo veel schonk aan fondsen dan de Turken. De rijken bezochten gevangenissen om degenen die gevangen zaten in verband met schulden vrij te laten. Tournefort zag dat vele families, van wie de bezittingen vernietigd werden door brand, herstelden door liefdadigheid. Hij zag mensen die getroffen mensen bezochten in hun huizen: de zieken, zelfs als zij leden aan de pest, werden geholpen door buren en door de fondsen van religieuze instellingen.

Thevenot merkte op dat de Turken hun liefdadigheid niet beperkten tot alleen mensen, maar ook dieren genoten van hun goede gedrag. Op marktdagen kochten sommige mensen vogels die zij vrij lieten. Hij zag mensen die grote hoeveelheden geld besteedden voor voedsel voor honden en katten.

Het Islamitische geloof als een bron van menselijkheid.

Van deze bovenstaande voorbeelden kan men concluderen dat de Islamitische gemeenschap dit negatieve beeld, zoals het al zo lang wordt afgeschilderd, absoluut niet verdient. De moslims zijn natuurlijk geen supermensen. Velen onder hen begaan verschrikkelijke daden tegenover anderen, hun eigen mensen en zelfs tegen zichzelf. De goedheid van moslims als een eenheid heeft niets te maken met het feit dat moslims als individuen beter zijn dan anderen. Verre van dat; zij zijn net zo goed en net zo slecht als alle anderen. Het verschil is het geloof zelf, de wetten en regels, en de veranderingen die het teweegbrengt bij individuen en gemeenschappen, vooral wanneer dit geloof en de fundamentele wet daarvan, de Sharie'ah (waar vaak zeer negatief over gesproken wordt), wordt uitgevoerd. Natuurlijk is het heel erg gemakkelijk om te vitten op een individueel geval van strikte naleving van de Sharie'ah en de algemene positieve impact te negeren. Het is inderdaad de Sharie'ah die staat op de bescherming van anderen, inclusief christenen, joden en anderen die in een Islamitische staat leven; dus dient men de Sharie'ah niet te veroordelen aan de hand van de grillen van een bestuurder of individuen. Inderdaad, geen één moslim die door zijn geloof de Sharie'ah toepast, heeft het recht of een excuus om iemand van een andere religie kwaad aan te doen die hem geen kwaad aangedaan heeft, of probeert hem kwaad aan te doen.

Bovendien is het de Islaam, het geloof alleen, dat de mensen in positieve zin veranderd heeft, zoals we in dit artikel hebben aangetoond door slechts enkele voorbeelden. Natuurlijk zijn er nog veel meer voorbeelden en verzen uit de Qor-aan en H'adieth van onze geliefde profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) aan te halen. Enkele voorbeelden zijn:

Allah de Barmhartige zegt in de Qor-aan: “En benadeelt niet de mensen in hun zaken en verricht geen kwaad op aarde, als verderfzaaiers.” (Soerah As-Shoe'ara-e (26), aayah 183)

En de Verhevene zegt: “…En doe goed zoals Allah jou goed heeft gedaan en zoek geen verderf op de aarde. Voorwaar, Allah houdt niet van de verderfzaaiers.” (Soerah Al-Qasas (28), aayah 77)

Toen de Abessinische (Ethiopische) koning de uit Mekkah gevluchte moslims vroeg over hun nieuwe religie, antwoordde Dja'far, de neef van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem): “O koning, wij waren mensen die verzonken waren in onwetendheid. Wij aanbaden afgodsbeelden, we aten gestorven dieren en we pleegden walgelijke handelingen. We verbraken familiebanden, we behandelden onze buren slecht en onze sterken verzwolgen de zwakken. We leefden zo, totdat Allah de Almachtige een profeet onder ons deed opstaan wiens nobele geboorte en afkomst, oprechtheid, eerlijkheid en zuiverheid bij ons allen bekend waren. Hij nodigde ons uit om kennis te maken met de Eenheid van Allah en om Hem te aanbidden. Hij beval ons om de waarheid te spreken, om onze beloftes na te komen en om aardig en vriendelijk te zijn voor onze familieleden en buren. Hij verbood ons elke ondeugd, bloedvergieten, schaamteloosheid, leugens en bedrog. Hij vroeg ons om de eigendommen van onze wezen niet in beslag te nemen en kuise vrouwen niet te belasteren. Hij beval ons om te bidden. Wij erkenden de boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) en geloofden in hem. Dit is de reden dat onze mensen van ons vervreemden en ons vervolgden. Omdat zij ons martelden en kwelden met hun tirannie, vluchtten wij naar uw land. Wij zij hier gekomen, O koning, naar uw land om uw bescherming te zoeken en wij hopen dat wij niet onechtvaardig behandeld zullen worden.”

Smith uitte het volgende commentaar hierover: “De Donkere Middeleeuwen van Europa zouden twee keer, nee drie keer zo donker geweest zijn; want alleen de Arabieren gaven door hun kunsten en wetenschappen, door hun landbouw, hun filosofie en hun deugdzaamheden, licht te midden van de universele duisternis van onwetendheid en misdaad… En het waren dezelfde veranderingen die de Islaam voor anderen teweegbracht. Telkens wanneer een volk in contact kwam met de Islaam, had het succes, erkent Forster die “de weldadige morele invloed van Islaam op zijn “negroïde” bekeerlingen' prees.” (Smith)

Tot besluit:

We kunnen nog duizenden voorbeelden, verzen uit de Qor-aan of H'adieth van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) aanhalen om aan te tonen dat de Islaam de oplossing is voor alle problemen en de weg naar een paradijs op aarde en het echte Paradijs in het Hiernamaals. Als degenen die de aanval op de Islaam leiden echt geloven dat alles beter is zonder de ‘duisternis van de Islaam', zoals zij dat stellen, dan kunnen zij er zeker van zijn dat zonder Islaam monsters zullen heersen.

Tot zo ver deze korte verhandeling over de bijdragen van moslims aan een vreedzame, tolerante en beschaafde wereld zonder discriminatie en racisme etc.

Alle lof is voor Allah, Die “…jullie onderwijst wat jullie niet weten.” (Soerat Al-Baqarah (2), aayah 151)

 
naar boven Naar: Verrijk uw kennis - index