Artikelen---al-H'oor al-‘Iyn - De Vrouwen van het Paradijs

 

al-H'oor al-‘Iyn - De Vrouwen van het Paradijs

 

Vertaald en samengesteld door Aboe Yoesoef ‘Abdoellaah
Uit het maandblad Wij Moslims, editie maart 2006, uitgegeven door Uitgeverij Momtazah.

Alle lof zij Allah, de Heer der werelden. Allah's zegeningen en vrede zij met de profeet Moh'ammed, zijn familie en metgezellen en iedereen die hun voetstappen volgt tot aan de Laatste Dag.

Het tevreden stellen van de Meest Genadevolle en het binnengaan van het Paradijs is het ultieme doel waar een gelovige man en vrouw naar dient te streven. Als een persoon deze wereld verlaat terwijl hij de Tevredenheid van Allah de Verhevene heeft verkregen, dan zal hij de blijde tijdingen krijgen betreffende alles wat goed is.

Als hij het Paradijs binnengaat, dan zal hij genoegens hebben die geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en het is in geen gedachte van enig mens opgekomen. Hij zal alles hebben wat hij wenst en dat op de best mogelijke manier. Alles waar hij om vraagt zal hem gegeven worden en alles waar hij naar verlangt zal hij krijgen. Er zal nooit iets zijn wat hem boos maakt of stoort omdat hij verzorgd wordt door de Meest Genadevolle, zoals Allah de Verhevene zegt: “…En daarin zullen jullie (alles) hebben wat jullie zielen verlangen, en daarin zullen jullie (alles) hebben wat jullie vragen. Een onthaal van de Meest Vergevensgezinde, de Genadevolle.” [Soerat Foessilat (41), aayah 31-32.]

Al-h'oor al-'iyn in de Qor-aan en Soennah

De omschrijving van al-h'oor al-'iyn is op meerdere plaatsen genoemd in het Boek van Allah, zoals:

1 - Allah de Verhevene zegt, de beloning van de mensen van het Paradijs omschrijvend: “En (daar zullen zijn) h'oor (mooie vrouwen) met ‘iyn (grote schitterende ogen). Gelijk welbewaarde parels.” [Soerat al-Waaqi'ah (56), aayah 22-23.]

As-Sa'die (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd:  “En (daar zullen zijn) h'oor (mooie vrouwen) met ‘iyn (grote schitterende ogen).” Al-h'awraa-e is een vrouw wiens ogen gelijnd zijn met kohl (koolzwart), mooi en helder. Al-'iyn verwijst naar grote en schitterende ogen. De schoonheid van de ogen van een vrouw is één van de grootste tekenen van schoonheid. “Gelijk welbewaarde parels” betekent; alsof zij pure, witte, glanzende parels zijn, welke bedekt en beschermt zijn tegen de ogen van mensen, de wind en de zon. Hun kleur is één van de mooiste kleuren en zij hebben geen gebrek of onvolkomenheid van enig soort. Dit is hoe al-h'oor al-'iyn zijn: zij hebben geen gebrek of onvolkomenheid van enig soort, zij zijn eerder mooi op elk aspect. Elke keer als je naar haar kijkt, zie je niets dan wat je hart verblijd.” Einde citaat. (Tefsier as-Sa'di e, p. 991.)

2 - Allah de Verhevene zegt: “In de Tuinen bevinden zich schonen met ingetogen blikken, die geen mens en geen djinn ooit vóór hen heeft aangeraakt. Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan? Als waren zij van robijn en koraal.” [Soerat ar-Rah'maan (55), aayah 58.]

At-Tabarie (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Ibn Zayd heeft gezegd betreffende de woorden “als waren zij van robijn en koraal”: “Het is alsof zij robijnen in hun pure vorm zijn en als koraal in hun witheid.” Aldus is hun puurheid als die van robijnen en hun witheid is als die van parels.” Einde citaat. (Tefsier at-Tabarie, 27/152. )

3 - Allah de Verhevene zegt, de vrouwen van het Paradijs omschrijvend: “Voorwaar, Wij hebben hen (de vrouwen in het Paradijs) geschapen als een speciale schepping. En Wij hebben hen maagdelijk gemaakt. Liefdevol en gelijk in leeftijd.” [Soerat al-Waaqi'ah (56), aayah 35-37.]

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “Sa'ied ibn Djoebayr heeft met betrekking tot het woord “liefdevol (‘oeroeban)” gezegd, citerend van Ibn ‘Abbaas, dat het betekent: “Zij zijn liefdevol tegenover hun echtgenoten.” Het is overgeleverd van Ibn ‘Abbaas dat al-‘oeroeb degenen zijn die van hun echtgenoten houden en hun echtgenoten houden van hen. Al-Dhahh'aak heeft met betrekking tot “gelijk in leeftijd (atraaban)” gezegd, citerend van Ibn ‘Abbaas, dat het betekent: “Van dezelfde leeftijd, 33 jaar.”

As-Sa'die heeft gezegd: “Atraaban betekend dat zij gelijk in temperament zijn en dat zij niet jaloers op elkaar zijn of zich aan elkaar storen – d.w.z. dat zij niet zijn als vijandige co-vrouwen.” Einde citaat. (Tefsier Ibn Kethier, 4/294.)

Al-H'aafidhz Ibn H'adjar heeft gezegd: “Er is overgeleverd dat Moedjaahid gezegd heeft betreffende het vers “Liefdevol en gelijk in leeftijd”: “D.w.z. degenen die hun echtgenoten dierbaar zijn.” (Fath' al-Baari , 8/626.)

4 - Allah de Verhevene zegt, hen omschrijvend: “Erin (in de Tuinen) bevinden zich khayraatoen-h'isaan (goede en mooie vrouwen).” [Soerat ar-Rah'maan (55), aayah 70.]

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Zij zijn omschreven als liefdevol en mooi. Het woord khayraat (liefdevol en goed) komt van het woord khayyarah, wat verwijst naar de vrouw die alle goede kwaliteiten in haar heeft, zowel uiterlijk als innerlijk, en wiens lichamelijke verschijning en gedrag perfect zijn. Dus zij zijn goed betreffende gedrag en bekoorlijk betreffende uiterlijk.” (Rawdat al-Moeh'ibbien, p. 243.)

5 - Allah de Verhevene omschrijft hen als rein: “…en voor hen zijn er daarin (het Paradijs) reine echtgenotes, en zij zijn daarin onsterfelijk (zij zullen er voor altijd genieten). ” [Soerat al-Baqarah (2), aayah 25.]

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Allah omschrijft ze als rein: “…en voor hen zijn er daarin (het Paradijs) reine echtgenotes…”, vrij van menstruatie, urine etc. (ontlasting) en alle afstotelijke eigenschappen die mogelijk bestaan bij de vrouwen van deze wereld. En hun harten zijn vrij van jaloezie, afgunst, gemeenheid en ergernis tegenover hun echtgenoten, en zij wensen geen andere echtgenoten dan hen.” (Rawdat al-Moeh'ibbien, p. 243-244.)

6 - Allah de Verhevene omschrijft hen als trouw en dat zij naar niemand kijken behalve naar hun echtgenoten: “In de Tuinen bevinden zich qaasiraat-oet-tarf (mooie en kuise vrouwen met ingetogen blikken, die naar niemand verlangen behalve hun echtgenoten)…” [Soerat ar-Rah'maan (55), aayah 56.]

En Allah de Verhevene zegt: H'oor (mooie en liefdevolle vrouwen) met prachtige ogen, beschut in tentverblijven.” [Soerat ar-Rah'maan (55), aayah 72.]

Ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Allah omschrijft hen als “beschut in tentverblijven”, d.w.z. dat zij verhinderd zijn om zich aan iemand anders dan hun echtgenoten te vertonen. Zij zijn alleen voor hun echtgenoten en zij verlaten hun woningen niet, en zij verlangen naar niemand anders. En Allah omschrijft hen als qaasiraat-oet-tarf (mooie en kuise vrouwen met ingetogen blikken.” Deze omschrijving is completer dan de eerste, want ze beheerst haar blik en focust haar liefde op haar echtgenoot, zij is tevreden met hem en kijkt niet om naar andere mannen.” (Rawdat al-Moeh'ibbien , p. 244.)

Dit is een korte blik op wat er over hen gezegd is in de Qor-aan. In de Soennah vinden we omschrijvingen van hun schoonheid en reinheid die ons voorstellingsvermogen te boven gaan, zoals:

1 - Er is overgeleverd dat Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) gezegd heeft: “De boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “De eerste groep die het Paradijs zal binnengaan, lijken op de maan in de nacht wanneer zij vol is. En degenen die hen volgen zullen zijn als de meest helder schijnende ster in de lucht. Hun harten zullen als één zijn en er zal geen haat of jaloezie onder hen zijn. Elke man zal twee vrouwen van al-h'oor al-'iyn hebben, het merg van hun kuiten kan gezien worden van onder het bot en vlees.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 3014; Moeslim, 2843.)

Ibn H'adjar (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: “De ongelofelijke schoonheid van de h'ooriya is dermate dat het merg van haar kuiten van onder haar kleding gezien kan worden, en een man is in staat om zijn gezicht in de lever van één van hen te zien, als een spiegel vanwege de fijnheid van haar huid en de zuiverheid van haar kleur.” (Fath' al-Baari, 8/570.)

2 - Er is overgeleverd dat Anas (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: “De boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Als een vrouw van onder de mensen van het Paradijs op de aarde zou uitkijken, dan zou ze alles wat tussen hen is verlichten, en ze zou alles wat tussen hen is vullen met een lekkere geur. En de sjaal op haar hoofd is beter dan deze wereld en alles wat erin is.”

Als zij haar gezicht zou laten zien, dan zou ze alles tussen de hemel en de aarde verlichten; hoe mooi is het licht van haar gezicht en hoe lekker de geur dat de ruimte tussen de hemel en de aarde vult. Wat betreft haar kleding, de sjaal die zij op haar hoofd plaatst, is beter dan de schoonheid van deze wereld en alles wat erin bevind aan verrukkingen en plezier en de natuurlijke schoonheid en de schitterende paleizen en andere soorten weelde. Lof is voor hun Schepper, hoe groot is Hij, en felicitaties voor degene aan wie zij toebehoort en hij is voor haar.

De toestand van de gelovige vrouwen in het Paradijs

De toestand van de gelovige vrouwen in het Paradijs zal nog beter zijn dan de toestand van al-h'oor al-‘iyn; zij zal hoger in status zijn en mooier.

Verschillende ah'aadieth zijn overgeleverd betreffende dit, maar geen één kan als betrouwbaar worden geclassificeerd. Maar als een rechtschapen vrouw van de mensen van deze wereld het Paradijs binnengaat, dan zal ze dit doen als een beloning voor haar rechtschapen daden en als een eer van Allah voor haar religieuze toewijding en rechtschapenheid. Maat wat betreft de h'ooriya, die één van de geneugten is van het Paradijs, zij zijn alleen in het Paradijs geschapen omwille van iemand anders en zij zijn de beloning voor de gelovige mannen voor hun rechtschapen daden. Er is een groot verschil tussen degene die het Paradijs binnengaat als een beloning voor haar rechtschapen daden en degene die geschapen is als een beloning voor degene die rechtschapen daden verrichtte. De eerstgenoemde is een koningin en een prinses, en de laatstgenoemde, het maakt niet uit hoe mooi ze is, is ongetwijfeld lager in status dan een koningin, en zij is onderdanig aan het bevel van haar gelovige meester voor wie Allah haar geschapen heeft als een beloning.

Sheikh Ibn ‘Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn) werd gevraagd: “Slaat de omschrijving van al-h'oor al-'iyn ook op de vrouwen van deze wereld (die als gelovigen het Paradijs binnen zullen gaan)?” Hij antwoordde: “Het lijkt mij dat de vrouwen van deze wereld beter zullen zijn dan al-h'oor al-'iyn, ook betreffende de uiterlijke verschijning, en Allah weet het best.” (Fataawa Noor ‘ala al-Darb.)

We vragen Allah de Almachtige om ons het beste te geven van dat wat Hij geeft aan Zijn gelovige dienaren.

Wat is er voor vrouwen in het Paradijs?

Een zuster vraagt: “Ik ben een overtuigd gelovige in Allah de Verhevene en de Qor-aan. Alle lof is voor Allah dat mijn geloof in Hem elke dag groeit. Maar ik vraag mij het volgende af: de Qor-aan vermeldt vaak de zegeningen van het Paradijs. Het noemt o.a. herhaaldelijk de schone maagden als een beloning in het Paradijs. Veel mensen zeggen dat de Islaam een door mannen gedomineerde religie is. Waarom worden er geen beloningen voor vrouwen genoemd?” Sheikh Moh'ammed Saalih' al-Moenadjid antwoordde als volgt: Alle lof is voor Allah.

Aangezien je gelooft in Allah de Verhevene en Zijn Boek, moet je weten dat: “…En jouw Heer behandelt niemand onrechtvaardig.” [Soerat al-Kahf (18), aayah 49.]

En Hij zegt ook: “Waarlijk, Allah behandelt niet (niemand) onrechtvaardig (op de Dag der Opstanding), (niet eens) het gewicht van een mier (of atoom, d.w.z. in de geringste mate); en als er enige goede daad is, verdubbeld Hij haar (of meer) en brengt van Zijn Zijde een geweldige beloning ( het Paradijs, de Tuinen van gelukzaligheid ).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 40.]

Allah de Verhevene heeft deze Wet van de Islaam (ash-sharie'ah) bedoeld voor zowel mannen als vrouwen. Alle woorden die gericht zijn aan mannen, zijn ook gericht aan vrouwen, en alle wetten die gelden voor mannen gelden ook voor vrouwen, behalve als er bewijs is dat er één van hen bedoeld wordt en niet de ander, zoals de regels betreffende djihaad (het strijden voor de Islaam), menstruatie, voogdijschap, bestuur etc.

Het bewijs dat vrouwen ook worden aangesproken met de verzen van de Qor-aan in het mannelijke grammaticaal geslacht, is de h'adieth verhaald door ‘Aa-ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) die zei dat de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) gevraagd werd over een man die (nadat hij wakker werd) sporen van sperma ziet maar zich niet herinnert dat hij een droom van seksuele aard heeft gehad. De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Zo'n man dient de ghoesl (grote rituele wassing om de staat van djoenoeb op te heffen) te verrichten.” Hij werd ook gevraagd over een man die zich herinnert dat hij een droom van seksuele aard heeft gehad maar geen sporen van sperma ziet. Hij (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Zo'n man hoeft de ghoesl niet te verrichten.” Oemm Saalim (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: “Een vrouw kan dezelfde ervaring hebben. Dient zij de ghoesl te verrichten?” De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Ja, er is geen verschil hierin tussen man en vrouw.” (Overgeleverd door Aboe Daawoed, at-Tirmidzie 113 en anderen. Het laatste zinsdeel staat in Sah'ieh' al-Djaamie' onder nr. 2333.)

Met betrekking tot de beloningen in het Hiernamaals en wat vrouwen hebben in het Paradijs, kunnen we verschillende verzen en ah'aadieth aanhalen, waaronder:

Oemm Salamah (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gezegd: “O boodschapper van Allah! Ik heb geen vers in de Qor-aan gehoord betreffende de hidjrah (emigratie) van vrouwen.” Toen werd het volgende vers geopenbaard: “Vervolgens verhoorde hun Heer van hen (hun smeekbede en beantwoordde hen): ‘Ik laat het werk van een werker van jullie niet verloren gaan, hetzij man of vrouw, jullie maken deel uit van elkaar (d.w.z. van dezelfde schepping, jullie zijn allemaal gelijk met betrekking tot het verwerven van Mijn beloning). Dus degenen die migreerden en uit hun huizen verdreven werden en leden op Mijn weg (omwille van Mijn zaak), en zij (die) vochten en gedood werden (omwille van Mijn zaak): waarlijk, Ik zal voor hen hun slechte daden kwijtschelden en hen Tuinen binnenlaten waar de rivieren (met verschillende dranken, zie v. 47:15) onder door stromen (in het Paradijs); (als) een beloning van Allah. En bij Allah is de beste der beloningen.'” [Soerat Aal ‘Imraan (3), aayah 195. De h'adieth is overgeleverd door at-Tirmidzie onder nr. 3023.]

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd dat het vers “fastadjaba lahoem rabboehoem” betekent dat Allah de Verhevene reageert op hun verzoek… en het vers “anni la oedhi'oe ‘amala ‘amilin minkoem min dzakarin aw oentha” is een uitleg van het antwoord wat betekent dat goede daden niet verloren zullen gaan, noch genegeerd. Alle mannen en vrouwen zullen de juiste beloning krijgen voor hun daden. Het vers ba'dhokoem min ba'd betekent dat iedereen gelijk behandeld zal worden betreffende beloning.

“En wie de rechtschapen daden verricht, hetzij man of vrouw, en hij is een (ware) gelovige, zij zijn het dan die het Paradijs (de Tuinen van gelukzaligheid) binnengaan en zij zullen niet onrechtvaardig behandeld worden, (niet eens gelijk een) naqier (vlekje op de achterkant van een dadelpit).” [Soerat an-Nisaa-e (4), aayah 124.]

Als uitleg van dit vers heeft Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) gezegd dat dit vers Allah's Vriendelijkheid, Gulheid en Barmhartigheid toont betreffende het accepteren van de goede daden van alle mensen, mannen en vrouwen, op voorwaarde dat zij geloven, en hen het Paradijs laat binnengaan en dat Hij de beloning van hun goede daden niet in het minste vermindert.

Allah de Verhevene zegt: “…en voor jullie is daarin wat jullie zielen verlangen…” [Soerat Foessilat (41), aayah 31.]

Allah de Verhevene zegt ook: Wie rechtschapen werkt (in overeenstemming met de Qor-aan en de Soennah van de profeet), zij het man of vrouw, en hij (of zij) is een gelovige (in het islamitische monotheïsme), dan zullen Wij hem (of haar) zeker een goed leven laten leven (met kalmte, zekerheid, tevredenheid en toegestane voorzieningen) en Wij zullen hen zeker belonen; hun beloning is volgens het beste van wat zij gewoon waren te doen.” [Soerat an-Nah'l (16), aayah 97.]

Ibn Kethier (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd dat dit een belofte is van Allah de Verhevene voor diegenen die goede daden verrichten, d.w.z. goede daden die geaccepteerd kunnen worden door Allah de Verhevene waarbij de moslim de regels volgt die bepaald zijn in het Boek van Allah en de Soennah van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), of zij nou man of vrouw zijn, als zij maar geloven in Allah de Verhevene en in Zijn boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), een belofte dat Hij hen een goed leven laat leiden in deze wereld en dat zij beloond zullen worden in het Hiernamaals. Een goed leven omvat allerlei soorten van comfort.

“Wie een slechte daad heeft verricht wordt niet anders dan met haar gelijke vergolden. En wie een goede daad heeft verricht, man of vrouw; terwijl hij (of zij) een gelovige is: zij zijn het die het Paradijs zullen binnengaan, zij zullen daarin voorzien worden, zonder berekening.” [Soerat Ghaafir (40), aayah 40.]

Tenslotte, beste zuster, is hier een h'adieth die enige twijfel die je misschien zult hebben betreffende de vermelding van vrouwen zal wegnemen: Oemm ‘Oemarah al-Ansariyyah (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft gezegd dat zij naar de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) ging en tegen hem zei: “Ik voel dat alles voor mannen is. Vrouwen worden niet genoemd met betrekking tot dat zij iets hebben.” Toen werd het volgende vers geopenbaard: “Waarlijk, al-moeslimien (de moslims - mannen die zich aan Allah hebben overgegeven) en al-moeslimaat (de moslimah's - vrouwen die zich aan Allah hebben overgegeven), en al-moe-eminien (de gelovige mannen) en al-moe-eminaat (de gelovige vrouwen) (die geloven in het islamitische monotheïsme), en al-qaaniyien (de gehoorzame mannen) en al-qaaniyaat (de gehoorzame vrouwen) (gehoorzaam tegenover Allah), en as-saadiqien (de eerlijke mannen) en as-saadiqaat (de eerlijke vrouwen) (eerlijk en oprecht in hun spraak en daden), en as-saabirien (de geduldige mannen) en as-saabiraat (de geduldige vrouwen) (geduldig in het gehoorzamen van Allah en geduldig met het wereldse leven), en al-khaashi'ien (de nederige mannen) en al-khaashi'aat (de nederige vrouwen) (ootmoedig tegenover hun Heer), en al-moetasaddiqien en al-moetasaddiqaat [de mannen en vrouwen die sadaqaat (d.w.z. zakaah , aalmoezen, liefdadigheid) geven], en as-saa-imien (de vastende mannen) en as-saa-imaat (de vastende vrouwen) [niet alleen het verplichte sawm (vasten) tijdens de Ramadhaan, maar ook vrijwillig], en al-h'aafidhzien foeroedjim (de mannen die waken over hun kuisheid) en al-h'aafidhzaat (de vrouwen die waken) (zich niet schuldig maken aan onwettige seksuele handelingen), en de mannen die Allah veel gedenken (met hun harten en hun tongen) en de vrouwen die gedenken: Allah heeft voor hen vergeving (van hun zonden) voorbereid en een geweldige beloning (het Paradijs).” [Soerat al-Ah'zaab (33), aayah 35. De h'adieth is overgeleverd door at-Tirmidzie onder nr. 3211 en staat in Sah'ieh' at-Tirmidzie onder nr. 2565.]

In de h'adieth - verzameling van Ah'med is overgeleverd dat Oemm Salamah (moge Allah tevreden met haar zijn) heeft gezegd: “Ik zei: ‘O boodschapper van Allah! Waarom worden wij niet op gelijke voet met mannen genoemd in de Qor-aan?' Daarna was ik verrast toen ik hem op een dag op de preekstoel hoorde zeggen: ‘O mensen!' Omdat ik mijn haren aan het kammen was op dat moment, bedekte ik ze en ging naar de deur en stond daar om naar hem te luisteren: ‘Allah, Machtig en Verheven is Hij, openbaarde dat Hij voor al-moeslimien (de moslims - mannen die zich aan Allah hebben overgegeven) en al-moeslimaat (de moslimah's - vrouwen die zich aan Allah hebben overgegeven), en al-moe-eminien (de gelovige mannen) en al-moe-eminaat (de gelovige vrouwen) (die geloven in het islamitische monotheïsme), en al-qaaniyien (de gehoorzame mannen) en al-qaaniyaat (de gehoorzame vrouwen) (gehoorzaam tegenover Allah), en as-saadiqien (de eerlijke mannen) en as-saadiqaat (de eerlijke vrouwen) (eerlijk en oprecht in hun spraak en daden), en as-saabirien (de geduldige mannen) en as-saabiraat (de geduldige vrouwen) (geduldig in het gehoorzamen van Allah en geduldig met het wereldse leven), en al-khaashi'ien (de nederige mannen) en al-khaashi'aat (de nederige vrouwen) (ootmoedig tegenover hun Heer), en al-moetasaddiqien en al-moetasaddiqaat [de mannen en vrouwen die sadaqaat (d.w.z. zakaah , aalmoezen, liefdadigheid) geven], en as-saa-imien (de vastende mannen) en as-saa-imaat (de vastende vrouwen) [niet alleen het verplichte sawm (vasten) tijdens de Ramadhaan, maar ook vrijwillig], en al-h'aafidhzien foeroedjim (de mannen die waken over hun kuisheid) en al-h'aafidhzaat (de vrouwen die waken) (zich niet schuldig maken aan onwettige seksuele handelingen), en de mannen die Allah veel gedenken (met hun harten en hun tongen) en de vrouwen die gedenken: Allah heeft voor hen vergeving (van hun zonden) voorbereid en een geweldige beloning (het Paradijs).'

We vragen Allah de Verhevene om ons de mogelijkheid te schenken om oprechtheid te tonen in onze woorden en daden en om ons voort te laten leven als oprechte moslims.
 
naar boven Naar overzicht artikelen