Artikelen---Artikelen per categorie---Prikbord---Islaam en Christendom in de Bijbel---'Christendom' in de Bijbel

 

Islaam en Christendom in de Bijbel

 

7. 'Christendom' in de Bijbel

 
In de Evangeliën wordt het woord 'Christendom' nergens gevonden. In de andere boeken van het Nieuwe Testament wordt 'Christen' misschien drie of vier keer genoemd: "Hierna vertrok Barnabas naar Tarsus om Saulus te zoeken en toen hij hem gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië Een heel jaar lang kwamen ze met de gemeente daar bijeen en gaven ze onderricht aan tal van mensen. Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst Christenen werden genoemd." [Handelingen (11:25-26)]

"Agrippa zei tegen Paulus: 'Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor Christen uitgeeft.'" [Handelingen (26:28)]

"Maar als u lijdt omdat u Christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God." [Eerste brief van Petrus 4:16]

Laat ons nu een moment kijken naar het geloof en de leringen van het Christendom. Een ding dat zeer duidelijk en opvallend verschijnt, is dat er twee zeer contrasterende plaatjes van het Christendom bestaan.

De twee plaatjes van het 'Christendom'

1. Met een historische Jezus (aleyhi sallam).

2. Dat bestond gedurende het leven Jezus (aleyhi sallam).

3. Dat echt was.

4. Dat Jezus (aleyhi sallam) zelf onderwees en uitoefende.

5. Dat uitnodigt tot puur monotheïsme.

6. Dat in lijn is met de leringen van de andere Profeten van God.

7. Dat eenvoudig, puur en logisch is.

8. Dat duidelijk is.

9. Dat zijn oorsprong heeft in de openbaring van God aan de Boodschapper van God (Jezus aleyhi sallam)

10. Dat het gezag van Jezus (aleyhi sallam), de leraar, heeft.

1. Met een mythische Jezus (aleyhi sallam)

2. Dat was geformuleerd na het vertrek van Jezus (aleyhi sallam).

3. Dat zich gaandeweg heeft geëvolueerd.

4. Dat tegengesteld is aan zijn leringen en gewoonten.

5. Dat beïnvloed is door Griekse en Romeinse mythologie.

6. Dat met geen enkele Profeet van God in lijn is.

7. Dat mysterieus, verwarrend en onlogisch is.

8. Dat gemaskerd en geheimzinnig is.

9. Dat de oorsprong heeft in de visie over Jezus van een overgelopen apostel van Jezus.

10. Dat het gezag van Sint Paulus heeft, de apostel.

Het resultaat:

Dit heeft een probleem veroorzaakt bij het begrip van de Ware religie en heeft geresulteerd in verwarring en conflicten. Het is dan ook geen wonder dat er zoveel twistpunten omtrent de basale onderwerpen binnen de Christelijke wereld bestaan, iedere groep beweert dat hij op het rechte pad is. Laat ons de leringen binnen beide versies van het Christendom bekijken.

1. CHRISTENDOM VAN JEZUS CHRISTUS (ALEYHI SALLAM)

Jezus (aleyhi sallam) stelde zichzelf voor als een Profeet en Boodschapper van God en een vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Hemelen. Hij nodigde mensen altijd uit hem te volgen in die capaciteit. Enkele voorbeelden:

a. Een Profeet van God: "Maar ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een Profeet omkomt buiten Jeruzalem" [Lucas (13:33)]

"Jezus zei tegen hen: 'Nergens wordt een Profeet miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.'" [Marcus (6:4)]

Mensen erkenden hem als een Profeet van God: "Uit de menigte werd geantwoord: 'Dat is Jezus, de Profeet uit Nazaret in Galiea.'" [Mattheüs (21:11)]

b. Een Boodschapper van God; iemand die door God gezonden is: "'Wie in mijn naam één zo'n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt mij niet op, maar Hem die mij gezonden heeft.'" [Marcus (9:37)]

"Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken." [Johannes (12:49)]

"Jezus zei: 'Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van Hem die mij gezonden heeft.'" [Johannes (7:16)]

c. Hij legde de nadruk op de gehoorzaamheid aan de goddelijke wet: hij onderwees dezelfde religie die door Mozes en andere Profeten (aleyhi sallam) werd onderwezen, de goddelijke wet hoog houdend. Beschouw de Bergrede: "Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om te tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het Koninkrijk der hemelen. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het Koninkrijk der hemelen in hoog aanzien staan. Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan." [Mattheüs (5:17-20)]

Hij wilde liever dat de mensen de goddelijke wet gehoorzaamden dan de menselijke wetten, laat staan huichelarij: "Huichelaars, wat Jesaja's Profetie toch toepasselijk op u: 'Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer; voorschriften van mensen.'” [Mattheüs (15:7-9)]

Overdenk zijn antwoord, toen hij door een rechter van de Farizeeën werd ondervraagd over het belangrijkste gebod in de wet: "'Meester, wat is het grootste gebod in de wet?' Hij antwoordde: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.'" [Mattheüs (22:36-40)]

d. Doel van zijn missie: hij geloofde exclusief in de aanbidding van God en maakte dit tot het ultieme doel van al zijn bezigheden: "Daarop zei Jezus tegen hem: 'Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.” [Mattheüs (4:10)]

"Maar Jezus zei: 'Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die mij gezonden heeft en Zijn werk voltooien." [Johannes (4:34)]

e. Zijn leringen aangaande verlossing: "Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de Farizeeën, zullen jullie zeker het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan." [Mattheüs (5:20)]

"Hij antwoordde: 'Waarom vraag je me naar het goede? Er is maar Eén die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan Zijn geboden.'" [Mattheüs (19:17)]

"Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige Ware God, en hem die U gezonden hebt, Jezus Christus." [Johannes (17:3)]

"Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en Hem gelooft Die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over Hem wordt geen oordeel uitgesproken, Hij is van de dood overgegaan naar het leven." [Johannes (5:24)]

"Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen." [Lucas (13:3)]

Vergelijk het bovenstaande nu eens met de leringen van Paulus.

2. CHRISTENDOM VAN PAULUS

Laat ons eerst kennis maken met Paulus. Paulus was niet een van de apostelen die door Jezus (aleyhi sallam) waren gekozen, evenmin ontmoette hij Jezus (aleyhi sallam). Hij was een Jood van afkomst en religie en genoot van het privilege een Romeins burger te zijn. Hij was een intelligent en invloedrijk persoon.

Paulus was een sterke tegenstander van Jezus (aleyhi sallam) tijdens zijn leven en hij martelde en vermoorde veel van Jezus' volgelingen: "Inderdaad vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan en daarvoor heb ik me in Jeruzalem dan ook ingezet. Met toestemming van de hogepriesters heb ik een groot aantal heiligen in de gevangenis laten opsluiten, en als ze ter dood gebracht werden gebeurde dat met mijn toestemming. In de synagogen probeerde ik keer op keer hen door strafmaatregelen te dwingen hun geloof af te zweren; ik bestreed hen zo vurig dat ik hen zelfs in de steden buiten onze grenzen vervolgde." [Handelingen (26:9-11)]

Hij was aanwezig bij de steniging van Stefanus, de eerste Christelijke martelaar: "Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: 'Heer, ontvang mijn geest.' Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: 'Heer, reken hun deze zonde niet aan!' En na deze woorden stierf hij." [Handelingen (7:58-60)]

Hij verwoestte de gemeenschap: "Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen op te laten sluiten in de gevangenis." [Handelingen (8:3)]

En later werd hij de zelfaangewezen apostel van Jezus (aleyhi sallam).

Paulus geloofde altijd in de Jezus van zijn visie en was niet geïnteresseerd in de Jezus van de geschiedenis. Zijn verraderlijke visie van het Christendom was fundamenteel afwijkend van hetgeen waarin de apostelen van Jezus (aleyhi sallam) geloofden. Paulus werd berispt door Jakobus, hoofd van de kerk en de jongere broer van Jezus (aleyhi sallam), omdat hij deze Paulus niet beter achtte dan een afvallige en een onrein persoon en hem daarom adviseerde zich te laten reinigen in overeenstemming met de wet: "Hoe weerleggen we dit? Ze zullen ongetwijfeld horen van je komst. Doe daarom wat wij je zeggen. Er zijn bij ons vier mannen die een gelofte hebben afgelegd. Neem hen met je mee, laat je samen met hen reinigen en betaal voor hen de kosten van de offers, waarna ze hun haar kunnen laten afscheren. Dan zal iedereen inzien dat de verhalen die over jou worden verteld onwaar zijn, en dat ook jij doet wat de wet voorschrijft." [Handelingen (21:22-24)]

Hij verwierf groot succes onder de heidenen, omdat hij alle middelen gebruikte om ze voor zich te winnen: "Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen. Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen." [I Korinthiërs (9:19-21)]

Hij twijfelde zelfs niet om leugens te vertellen: "Maar wanneer door mijn leugens Gods trouw alleen maar toeneemt en daardoor ook zijn eer, waarom word ik dan toch nog als een zondaar veroordeeld? Kunnen we niet beter het kwade doen, opdat het goede eruit voortkomt?" [Romeinen (3:7-8)]

En hij maakte compromissen met de Romeinse heidenen; de Romeinse zondag nam de plaats in van de Christelijke sabbat en de traditionele verjaardag van de zonnegod (25 december) werd de verjaardag van Jezus (aleyhi sallam). Zelfs het concept van de drie-eenheid werd van de Romeinse god geïmporteerd!

Laten we nu de leringen van Paulus eens grondig bestuderen:

a. Zijn leringen aangaande de wet: "Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fundament van de bekering van dode werken, en het geloof in God." [Hebreeën (6:1)]

"Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat we dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter." [Romeinen (7:6)]

"Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen." [Gelaten (5:4-5)]

"Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een ieder, die gelooft." [Romeinen (10:4)]

"Ik heb u er immers op gewezen dat een mens word vrijgesproken door te geloven, en niet door de wet na te leven." [Romeinen (3:28)]

Dit houdt in, dat de wet bindend was voor Jezus (aleyhi sallam), maar niet voor Paulus en zijn volgelingen.

b. Verlossing: hij presenteerde een heel eenvoudige formule voor verlossing: "Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard, als uw mond belijdt, zult u worden gered." [Romeinen (10:9-10)]

Laten we eens bekijken wat Paulus zelf beweert over dit gezag. Hij bekent van tijd tot tijd dat hij geen goddelijke inspiratie ontvangt: "Maar tegen de anderen zeg ik, niet de Heer:..." [I Korinthiërs (7:12)]

"Want wat ik nu ga zeggen komt niet van de Heer, het is de grootspraak van een dwaas." [II Korinthiërs (11:17)]

"Voor de ongehuwden heb ik geen voorschrift van de Heer, dus ik geef mijn eigen mening, als iemand die door de barmhartigheid van de Heer betrouwbaar is." [I Korinthiërs (7:25)]

Hij bekend ook dat hij niet onschuldig is: "Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer die over mij oordeelt." [I Korinthiërs (4:4)]

Hij geeft toe dat hij de mysterieuze doctrine van de herrijzing heeft verzonnen: "Houd Jezus Christus in gedachten, uit het nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt, zoals ik het heb gezegd." [II Timotheüs (2:8)]

Hij verklaart dat zijn prediking zijn eigen maaksel was: "Wat is Apollos eigenlijk? En wat is Paulus? Zij zijn niet meer dan dienaren die tot geloof hebben gebracht, beiden op de wijze die de Heer hen heeft geschonken. Ik heb geplant, Appollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien." [I Korinthiërs (3:6)]

"Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd en anderen bouwen daarop voort." [I Korinthiërs (3:10)]

Hij probeert zijn leugens te rechtvaardigen, hij zegt: "Maar wanneer door mijn leugens Gods trouw alleen maar toeneemt en daardoor ook zijn eer, waarom word ik dan toch nog als een zondaar veroordeeld?" [Romeinen (3:7)]

En God zegt: "Ik zal ze straffen – spreekt de Heer – die Profeten die misleidende dromen Profeteren en mijn volk met hun leugens en aanmatigende praatjes bedriegen. Ik heb hen niet gezonden en ze zijn dit volk op geen enkele manier tot nut – spreekt de Heer." [Jeremia (23:32)]

Hieruit vloeit de belangrijkste vraag voort:

Wie heeft er gelijk, of wie moeten we geloven? Jezus (aleyhi sallam) of Paulus?

We hoeven niet in verlegenheid te geraken. Jezus (aleyhi sallam) heeft ons zelf van de oplossing voor dit probleem voorzien. Hij was tenslotte een machtige Boodschapper van God; hij voorspelde dit soort situaties. De oplossing vinden we in de volgende bewering uit de Bijbel: "Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer." [Mattheüs (10:24)]

In duidelijke termen droeg Jezus (aleyhi sallam) zijn volgelingen op, dezelfde wetten als hem te verrichten: "Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader." [Johannes (14:12)]

Er kan geen passender en duidelijker voorbeeld gegeven worden, dan het voorbeeld dat Jezus (aleyhi sallam) voor deze twee versies van het Christendom gaf: "Waarom roepen jullie “Heer, Heer” tegen mij, maar doen jullie niet wat ik zeg? Ik zal jullie vertellen op wie degene lijkt die bij me komt, naar mijn woorden luistert en ernaar handelt: hij lijkt op iemand die bij het bouwen van zijn huis een diep gat groef en het fundament op rotsgrond legde. Toen er een overstroming kwam, beukte het water tegen het huis, maar het stortte niet in, omdat het degelijk gebouwd was. Wie wel naar mijn woorden luistert maar niet doet wat ik zeg, lijkt op iemand die een huis bouwde zonder fundament, zodat het meteen instortte toen het water ertegen beukte en er alleen een bouwval achterbleef." [Lucas (6:46-49)]

Het fundament kan men hier beschouwen als het geloof van Abraham (aleyhi sallam), het pure monotheïsme en de goddelijke wet – de zaken die Jezus (aleyhi sallam) predikte.

Jezus (aleyhi sallam) waarschuwde de Christenen die hem niet volgen. Luister alstublieft aandachtig naar zijn waarschuwing: "Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” [Mattheüs (7:21-23)]

Nog een andere waarschuwing dat de mensen geen ijdele taal moeten gebruiken: "Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat de mensen spreken, zullen ze op de Dag des Oordeels rekenschap moeten afleggen. Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld." [Mattheüs (12:36)]

Nadat u het oordeel van Jezus (aleyhi sallam) heeft gehoord, is het aan u om de juiste weg te kiezen. De keus is aan u!

(Zie ook Christendom of Paulusdom? in De Bijbel als getuige.)

 
 
Naar: Christendom - de naam en zijn betekenis

naar boven

Naar: Index - Islaam en Christendom in de Bijbel

Naar: Conclusie