Persoonlijke verhalen---Broeder ‘Abdoel-Maalik LeBlanc

 
Broeder ‘Abdoel-Maalik LeBlanc
 

De Bijbel leidde me naar de Islaam

‘Abdoel-Maalik LeBlanc vertelt ons hoe hij de Islaam ontdekte binnen de bladzijden van de Bijbel.

Tijdens mijn christelijke dagen waren er vele verzen in de Bijbel die mij lieten twijfelen aan de religie die ik volgde (het Christendom). Er was een bepaald vers, namelijk 1 Tessalonicenzen 5:17 waarin staat: “…bidt zonder ophouden…,” dat enorm in mijn gedachte bleef hangen. Ik vroeg mij vaak af hoe een persoon (een christen) dient te bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden? Zonder enige bijbelse of goddelijke leiding, was ik van mening dat de enige manier waarop dit mogelijk was, altijd goede daden te verrichten en God altijd met mijn tong en in mijn hart te gedenken.

Maar ik vond dit onmogelijk te doen als menselijk wezen. Maar toen ik in 1987 kennis maakte met de Islaam en meer begon te lezen en leren over deze manier van leven, ontdekte ik dat de Islaam in goddelijke leiding voorzag door zowel God (Allah) als de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), waardoor een persoon kan bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden, alsof het de Wil van God was.

Of een persoon nu wakker wordt, eet, slaapt, zijn kleding aantrekt, aanwezig is bij een vrouw, kijkt naar een vrouw, gaat winkelen, naar de toilet gaat, in de spiegel kijkt, reist, de zieken bezoekt, zit in een niet-religieuze bijeenkomst, een bad neemt, geslachtsgemeenschap heeft met zijn vrouw, gaapt, zijn nagels knipt, niest, de mensen groet, praat, gasten ontvangt in zijn huis, loopt, traint, vecht, diens huis binnen gaat, bidt en vele andere handelingen, de Islaam en de leiding daarin van de Qor-aan en de daden en woorden van de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) voorzien manieren waardoor ik 1 Tessalonicenzen 5:17 in praktijk kon brengen. Bovendien was ik hierdoor in staat om rust in mezelf te vinden en in overgave tegenover de Enige en Ware God – Allah de Verhevene. [Hierdoor kon deze nieuwe broeder een ander Bijbelvers ook in praktijk brengen, namelijk Jacobus 4:7: “…Onderwerpt u aan God, maar biedt weerstand aan de duivel…”]

Deze goddelijke leiding van Islaam leerde me enorm over mijn verplichtingen, verantwoordelijkheden en geboorterecht tegenover mijn Schepper (Allah), en meer over de religie van het Christendom als een moslim. Ik voelde (door de Wil van Allah de Verhevene) het noodzakelijk om met jullie te delen hoe de Bijbel me naar de Islaam leidde.

Christendom

Gezien het feit dat er in de geschiedenis van de Thora (het Oude Testament) nooit een religie genoemd is naar een profeet (d.w.z. Adamdom, Abrahamdom, Mozesdom etc.), hoop ik uit te leggen dat Jezus (vrede zij met hem) niet de religie van het Christendom predikte, maar een religie die alle lof en aanbidding aan de Ene God toekent.

Eén van de vragen die ik mijzelf stelde toen ik een objectieve blik wierp op het Christendom was: waar komt het woord “Christendom” vandaan en was dit woord ook maar één keer genoemd tegen Jezus (vrede zij met hem)? Nou, ik vond het woord “Christendom” niet in de Bijbel, zelfs niet in een Bijbel-woordenboek. Sterker nog, ik vond in de Bijbel nergens dat Jezus (vrede zij met hem) zichzelf een christen noemde!

Het woord “christen” werd voor de eerste keer genoemd door een heiden om degenen die Jezus volgden te omschrijven. [“… en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden…” (Handelingen 11:26)] Het is 3 keer genoemd in het Nieuwe Testament, waaronder 1 keer door een heiden en jood in Antiochië [het huidige Antakya, hoofdstad van de provincie Hatay in zuid Turkije tegen de grens met Syrië] rond het jaar 43 n.C. (Handelingen 11:26, Handelingen 26:28 en 1 Petrus 4:16) lang nadat Jezus (vrede zij met hem) deze aarde verlaten had. Om de woorden van heidenen te accepteren en er enige waarde of associatie met goddelijkheid aan toe te kennen, is tegen de leringen van alle profeten (vrede zij met hen).

Jezus (vrede zij met hem) voorspelde dat mensen hem tevergeefs zouden aanbidden en zouden geloven in doctrines verzonnen door mensen ( Matteüs 15:9): “…Tevergeefs eren zij mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn…”

Dit vers, Matteüs 15:9, wordt verder ondersteund door deze woorden uit de Qor-aan: “En (gedenk) wanneer Allah zal zeggen (op de Dag des Oordeels): “O ‘Iesa (Jezus), zoon van Maryam (Maria), heb jij tegen de mensen gezegd: “Neem mij en mijn moeder tot twee goden naast Allah?” Hij (‘Iesa) zei: “Heilig bent U! Nooit zou ik kunnen zeggen waarop ik geen recht heb. Indien ik dat gezegd had, zou U dat zeker geweten hebben. U weet wat er in mijn ziel is, en ik weet niet wat er in Uw Ziel is. Voorwaar, U bent de Kenner van het verborgene. Ik heb hen niets anders gezegd dan wat U mij heeft geboden te zeggen; “Dien Allah, mijn Heer en jullie Heer.” En ik was getuige van hen zolang ik onder hen was, en toen u Mij tot U opnam was U de Waker over hen en U bent Getuige van alle zaken.” [Soerah Al-Maa'idah (5), aayah 116-117] (Dit is een grote waarschuwing voor de christenen van de hele wereld.)

Ik vond dat Bijbelverzen zoals Johannes 5:30 [“…Ik (Jezus) kan van mijzelf niets doen; gelijk ik hoor, oordeel ik…”], Johannes 12:49 [“…Want ik (Jezus) heb niet mijzelf gesproken, maar de Vader (God), Die mij heeft gezonden, heeft Zelf mij een gebod gegeven, wat ik zeggen en spreken moet…”], Johannes 14:28 [“…want de Vader (God) is meer dan ik (Jezus)…”], Jesaja 42:8 [“…Ik (God) ben de Here, dat is Mijn naam, en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven…”] en Handelingen 2:22 [“… Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft …”], de bovenstaande verzen uit de Qor-aan steunden.

Voordat we het onderwerp “Christendom” beëindigen, moet ik nog één klein maar zeer belangrijk punt vermelden. Als de christenen zoals Christus (willen) zijn, of zoals de naam aangeeft “volgelingen van Christus (Jezus)” zijn, waarom groeten zij elkaar dan niet met de woorden “vrede zij met jullie” (Salamoe Alaikoem), zoals Jezus (vrede zij met hem) deed volgens o.a. Johannes 20:20: “…kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u!...”? Zoals velen zullen weten groet een moslim een andere moslim met Salamoe Alaikoem: een groet zoals Christus deed! Dit is slechts één voorbeeld van hoe de moslims Christus (vrede zij met hem) meer volgen dan de christenen. [Een ander interessant voorbeeld is het bidden. Meerdere verzen, waaronder Matteüs 26:39: “… Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad…”, beschrijven de manier van bidden zoals het nu nog steeds in de Islaam gebeurd. Waarom bidden de christenen niet zoals hun grote voorbeeld? De grote profeet Jezus (vrede zij met hem), die door de christenen verheven is tot zoon van God of zelfs tot God, bad met zijn gezicht op de grond, maar de christenen zitten allemaal op banken in de kerk. Voelen zij zich soms te goed om met hun gezicht op de grond neer te knielen voor hun Schepper? Jezus (vrede zij met hem) in ieder geval niet, want hij volgde de rechte leiding!]

Verschillende Bijbels

Het is de moeite waard om te vermelden dat de verwijzingen naar bijbelverzen die ik in mijn verhaal gebruikt heb, niet overeen hoeven te komen met de Bijbel die u gebruikt. Er zijn VELE Bijbels op de markt die door verschillende christelijke groeperingen gebruikt worden en al deze sekten beweren dat hun versie, hoewel anders dan de andere, de juiste en het ware woord van God is. Enkele voorbeelden zijn: The Revised Standard Version 1952 & 1971, New American Standard Bible, The Holy Bible; New International Version, de Living Bible, New World Translation van de Holy Scriptures gebruikt door de Jehova Getuigen, Roman Catholic Version en de King James Version. Opmerking: ik ontdekte in niet één van deze Bijbels waar het “Nieuwe Testament” zichzelf het “Nieuwe Testament” noemt, en nergens noemt het “Oude Testament” zichzelf “Oude (?) Testament”! Ook het woord “Bijbel” komt nergens voor op de bladzijden van de Bijbel.

Ik wil graag met jullie informatie delen wat aantoont dat de Bijbel helemaal niet het woord van God is! Dit is een zeer uitgebreid onderwerp, maar kort wil ik het volgende hierover zeggen: op 8 september 1957 plaatsten de Jehova Getuigen in hun "Awake" magazine deze verassende kop: 50,000 Errors in the Bible. Als u een Jehova getuige zou vragen over deze kop, zou hij kunnen antwoorden dat tegenwoordig de meeste van die fouten al verwijderd zijn. Hoe veel zijn er verwijderd, 5000? Zelfs al zouden er nog 50 fouten overgebleven zijn, zou ook maar iemand het lef hebben om deze aan God toe te schrijven?

Laat mij een andere vraag stellen: als een “heilig” boek tegenstrijdige verzen zou bevatten, zou u het dan nog steeds als heilig beschouwen? Waarschijnlijk zou u “natuurlijk niet” zeggen. Laat me nu eens enkele tegenstrijdige verzen met u delen:

Exodus 33:20 geeft aan: “…Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal mij zien en leven…”

Terwijl er in Genesis 32:30 verklaard wordt: “…ik heb God gezien , van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven…”

In Johannes 5:31-32 lezen we: “…Indien Ik (Jezus) getuig van Mijzelf, is mijn getuigenis niet waar , een ander is het die van Mij getuigt...”

Vergelijk dit eens met Johannes 8:14: “…Ook al getuig Ik (Jezus) van Mijzelf, toch is mijn getuigenis waar…”

Een ander voorbeeld is Johannes 3:13, waarin we lezen: “…En niemand is opgevaren naar de hemel…”

Vergelijk maar eens met 2 Koningen 2:11: “…Alzo voer Elia in een storm ten hemel…”

In 1 Johannes 3:9 lezen we: “…Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonden…”

Maar 2 Kronieken 6:36 lezen we iets heel anders: “…er is immers geen mens die niet zondigt…”

Er zijn nog vele voorbeelden te noemen, voorbeelden die stuk voor stuk aantonen dat er behoorlijk geknoeid is met de huidige Bijbel.

Hoe kunnen de door God “geïnspireerde woorden” de genealogie van Jezus (vrede zij met hem) weergeven (zelfs foutief: zie o.a. Matteüs 1:6-16 en Lucas 3:23-31), terwijl Jezus (vrede zij met hem) geen vader had?!

Kijk eens naar 2 Koningen 19:1-37 en vervolgens naar Jesaja 37:1-38. Waarom zijn de woorden van deze verzen identiek aan elkaar? Toch zijn ze toegeschreven aan verschillende auteurs! De ene onbekend en de andere aan Jesaja, die eeuwen uit elkaar liggen; en toch beweren de christenen dat deze boeken geïnspireerd zijn door God.

Door de beknopte punten die ik hierboven genoemd heb en het feit dat Bijbelgeleerden de menselijke aard en menselijke samenstelling van de Bijbel zelf erkend hebben [O.a. Curt Kuhl, “The Old Testament: Its Origin and Composition”, PP 47, 51, 52. Mevrouw Ellen G. White verklaart in haar Bijbelcommentaar (deel 1, pagina 14) het volgende over de Bijbel: “De Bijbel die we vandaag de dag lezen is het werk van vele kopiisten die in de meeste gevallen hun werk met fantastische nauwkeurigheid hebben gedaan. Maar kopiisten zijn niet onfeilbaar geweest, en God heeft het klaarblijkelijk niet gepast geacht om hen allemaal tegen fouten te behoeden bij het overschrijven.”], moet er in de gedachte van de christen enige acceptatie ontstaan van het feit dat niet elk woord van de Bijbel ook daadwerkelijk God's woord is.

De Evangeliën

Als u Lucas 1:1-3 leest [“…Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd diegenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen …”], zult u zien, zoals ik ook zag, dat Lucas (die niet één van de 12 discipelen was en Jezus nooit ontmoette) hier zegt dat hij zelf geen ooggetuigen was en dat de kennis die hij verzamelde van ooggetuigen was en niet als woorden geïnspireerd door God. Trouwens, waarom begint elk “Evangelie” met de introductie “Het evangelie naar (volgens)…”? Waarom “volgens…”? De reden hiervoor is dat geen één van de vier Evangeliën draagt de naam van de oorspronkelijke schrijver! Zelfs het interne bewijs van Matteüs 9:9 toont aan dat Matteüs niet de auteur is van het eerste evangelie welke zijn naam draagt: “…En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Matteüs genaamd, en hij (Jezus) zeide tot hem (Matteüs): Volg mij (Jezus). En hij (Matteüs) stond op en volgde hem (Jezus)…”

Men kan zonder enige twijfel zien dat de hij's en de hem's in het bovenvermelde vers niet verwijzen naar Jezus (vrede zij met hem) of Matteüs als de auteur, maar een derde persoon schreef wat hij zag of hoorde – een geruchtachtig verslag en geen woorden geïnspireerd door God.

Het is de moeite waard om te vermelden, en wel bekend in de gehele religieuze wereld, dat de keus van de vier huidige “Evangeliën” van het Nieuwe Testament ( Matteüs, Markus, Lucas en Johannes) vastgelegd werd tijdens de Concilies van Nicea in 325 n.C. voor politieke redenen onder bescherming van de heidense keizer Constantijn de Grote, en niet door Jezus (vrede zij met hem) . Constantijn's gedachten waren niet onderwezen door studie of inspiratie. Hij was een heiden, een tiran en crimineel die zijn zoon Crispus, zijn vrouw Fausta en duizenden onschuldige individuen vermoordde vanwege zijn begeerte naar politieke macht. Constantijn bekrachtigde ook andere beslissingen in de Geloofsbelijdenis van Nicea zoals de beslissing om Christus “de Zoon van God, de enige verwekte van de vader” te noemen. [Tijdens dit Eerste Concilie van Nicea werd ook het conflict tussen Alexander, bisschop van Alexandrië, en diens presbyter Arius besproken dat ging over de verhouding van de Logos (de Zoon) tot God (de Vader), waarbij Alexander de nadruk legde op het God-zijn van de Zoon, terwijl Arius het geschapen-zijn van de Zoon poneerde. Deze strijd had het Oosten in heftige beroering gebracht, hetgeen de keizer in zijn politiek slecht gelegen kwam. Arius, die zelf zijn opvattingen op het concilie verdedigde, werd met enige aanhangers veroordeeld.]

Letterlijk honderden evangeliën en religieuze teksten werden voor de mensen verborgen gehouden. Sommige van die teksten waren geschreven door de discipelen van Jezus (vrede zij met hem) en velen van deze teksten waren ooggetuigenverslagen van de daden van Jezus (vrede zij met hem). De Concilies van Nicea besloot om alle evangeliën geschreven in het Hebreeuws te vernietigen, wat resulteerde in het verbranden van bijna driehonderd verslagen. Als deze teksten niet authentieker waren dan de huidige vier evangeliën, dan waren zij op zijn minst even authentiek. Sommige van hen zijn nog steeds beschikbaar, zoals het Evangelie van Barnabas en de herder van Hermas, welke overeenstemmen met de Qor-aan. Het Evangelie van Barnabas is tot nu toe het enige ooggetuigenverslag van het leven en de missie van Jezus (vrede zij met hem). Zelfs vandaag de dag verwerpen de hele Protestantse wereld, de Jehova Getuigen, de Zevende Dag Adventisten en andere sekten en kerkgenootschappen de Rooms-katholieke versie van de Bijbel, omdat het zeven “extra” boeken bevat. De Protestanten hebben dapper zeven hele boeken uit hun “Woord van God” verwijderd. Enkele van de verschoppelingen zijn de Boeken van Judith, Tobnias, Baruch en Esther.

Betreffende Jezus' leringen over het Evangelie (Indjiel), de evangelieschrijvers noemen herhaaldelijk dat Jezus (vrede zij met hem) het Evangelie predikte: Matteüs 9:35, Markus 8:35 en Lucas 20:1. Het woord “Evangelie” wordt herhaaldelijk genoemd in de Bijbel. Maar in de Griekse editie van het Nieuwe Testament wordt het woord Evangeline gebruikt i.p.v. het woord Evangelie, wat vertaald wordt als “het goede nieuws”. Mijn vraag was: welk Evangelie predikte Jezus (vrede zij met hem) ? Van de 27 boeken van het Nieuwe Testament, kan slechts een klein deel geaccepteerd worden als het woord van Jezus (vrede zij met hem), en van slechts 4 van de 27 boeken is bekend dat zij toegeschreven worden als het Evangelie van Jezus (vrede zij met hem). De overige 23 werden waarschijnlijk geschreven door Paulus en andere personen. Moslims geloven dat God's goede nieuws aan Jezus (vrede zij met hem) was gegeven, maar zij erkennen de vier huidige Evangeliën niet als de woorden van Jezus (vrede zij met hem).

[[[Christendom of Paulusdom? Een tijdje na de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) verscheen ‘Abdoellah ibn Saba-e, een hypocriete jood die zich voordeed als een vrome moslim. Zijn enige doel was de vernietiging van de Islaam van binnenuit. Door zijn complotten zijn er verschillende sekten ontstaan, maar door de Genade van Allah de Verhevene is er nog altijd een groep die zich vasthoudt aan de zuivere Islaam: Ahloe s-Soennah wa l-Djamaa'ah , oftewel de Soennah. Mogelijk is dat ook het doel van Paulus “de Apostel” geweest, die van binnenuit het Christendom wilde vernietigen en ook daadwerkelijk vernietigd heeft. Saul was een afvallige jood, en de christenen veranderden zijn naam in “Paul(us)”, waarschijnlijk omdat “Saul” te joods klinkt. Uit joodse ouders geboren was Paulus aanvankelijk een felle bestrijder van Jezus (vrede zij met hem) en zijn volgelingen, die door ongelovigen ‘christenen' (volgelingen van Christus) werden genoemd. Daarna gedroeg hij zich als een volgeling van Jezus (vrede zij met hem) maar heeft de leringen van Jezus (vrede zij met hem) volledig veranderd. Paulus heeft tussen ca. 50 n.C. en 60 n.C. talrijke brieven geschreven. Brieven van Paulus vormen maar liefst 38% van het Nieuwe Testament. Na de brieven van Paulus, volgen er nog meer brieven van Jakobus, Petrus, Johannes en Judas: deze brieven vormen samen 16% van het Nieuwe Testament. Dit betekent dat 54% van het Nieuwe Testament bestaat uit brieven met woorden van mensen. In ieder geval, deze Paulus maakte zo'n grote puinhoop van de leer van Jezus (vrede zij met hem) , dat hij voor zichzelf de op één na meest begeerde plaats verwierf van de “meest invloedrijke personen uit de geschiedenis” in het monumentale werk van Michael H. Hart: “De 100” of “De Top Honderd” of de “Honderd Grootsten uit de Geschiedenis”. Paulus is zelfs invloedrijker dan Jezus (vrede zij met hem) , omdat volgens Michael Hart, Paulus de ECHTE stichter was van het hedendaagse Christendom. De profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) staat trouwens op de eerste plaats in deze lijst van 100 meest invloedrijke personen uit de geschiedenis.]]]

Terug naar het onderwerp: het eerste Evangelie was die van Markus, welke geschreven werd rond 60-75 n.C. Markus was de zoon van de zus van Barnabas. Matteüs was een tollenaar, een minderwaardige ambtenaar die niet rondreisde met Jezus (vrede zij met hem) . Het Evangelie naar Lucas werd pas veel later geschreven, en in feite afkomstig van dezelfde bronnen als die van de Evangeliën van Markus en Matteüs. Lucas was de geneesheer van Paulus en zoals Paulus had hij Jezus (vrede zij met hem) nooit ontmoet. Trouwens, wist u dat de namen Markus en Lucas in horen tot de 12 aangewezen apostelen van Jezus (vrede zij met hem) zoals genoemd in Matteüs 10:2-4?

“…En dit zijn de namen van de 12 apostelen: vooreerst Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn broeder; en Jacobus, de zoon van Zebede üs, en Johannes, zijn broeder; Filippus en Bartolomeüs; Tomas en Matteüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs en Taddeüs; Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die hem (Jezus) ook verraden heeft…”

Het Evangelie van Johannes is van andere bron afkomstig en werd geschreven rond het jaar 100 n.C. Hij (Johannes) dient niet verward te worden met Johannes de Apostel, die onthoofd werd door Agrippa I in het jaar 44 n.C., lang voordat dit evangelie werd geschreven. Toch dient dit geaccepteerd te worden als een betrouwbaar verslag van het leven van Jezus (vrede zij met hem) en het werd opgenomen in de Bijbel.

Christenen, zoals ik eens ook deed, zijn trots op de Evangeliën volgens Matteüs, volgens Markus, volgens Lucas en volgens Johannes. Maar, als we er even over na denken, dan is er geen één Evangelie volgens Jezus (vrede zij met hem) zelf!

Volgens het voorwoord van de KJV (King James Version) nieuwe open Bijbel studie editie, was het woord “evangelie” toegevoegd aan de originele titels; volgens Matteüs, volgens Markus, volgens Lucas en volgens Johannes.

De toestemming om teksten “volgens…” het Evangelie te noemen, werd niet gegeven door Jezus (vrede zij met hem) , noch door enig andere goddelijke leiding. Deze teksten ( Matteüs, Markus, Lucas en Johannes) waren nooit het originele Evangelie. Daarom kan Markus 1:1 ("…Begin van het Evangelie van Jezus Christus…") nooit een ware verklaring zijn dat deze tekst het Evangelie van Jezus (vrede zij met hem) is.

We dienen te vermelden dat moslims dienen te geloven in alle goddelijke geschriften in hun originele vorm, hun profeten en geen verschil tussen hen moeten maken: Thora of Tawraat (aan Mozes [vrede zij met hem]); Psalmen of de Zaboer (aan David [vrede zij met hem]); het Evangelie of de Indjiel (aan Jezus [vrede zij met hem]); en de Koran of Qor-aan (Moh'ammed [Alah's vrede en zegeningen zijn met hem]). Het is duidelijk in de Qor-aan vermeld (in 3:3) dat Allah de Verhevene de Thora en het Evangelie neergezonden heeft, maar geen van deze geschriften is nog in zijn originele vorm aanwezig, behalve de Qor-aan, welke voor de gehele mensheid is, overal en te allen tijden, neergezonden is.

Naast andere redenen waarom de Qor-aan neergezonden is tot de mensheid, was het, zoals vermeld in Soerat Al-Kahf (18), aayah 4-5, om de christenen te waarschuwen tegen een verschrikkelijke bestraffing indien zij niet zouden stoppen met het zeggen “Allah heeft Zich een zoon genomen.”

Moslims geloven oprecht dat alles wat Jezus (vrede zij met hem) predikte van God kwam; het Evangelie (de Indjiel): het “goede nieuws” en de leiding van God voor Banie Israa-iel (de kinderen van Israël). Er is op geen één plaats genoemd in de huidige vier evangeliën dat Jezus (vrede zij met hem) een enkel woord van zijn Evangelie schreef, noch is het genoemd dat Jezus (vrede zij met hem) iemand de opdracht gaf om dat te doen. Wat vandaag de dag doorgaat als de vier evangeliën, zijn in feite het werk van een derde partij, namelijk menselijke handen. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “Wee dan degenen die de Schrift met hun eigen handen schrijven en vervolgens zeggen: “Dit komt van Allah.” Om het te verruilen voor iets van geringe waarde. Wee dan hen vanwege wat hun handen geschreven hebben en wee hen vanwege wat zij verrichten.” (Soerat Al-Baqarah (2), aayah 79)

[Deze waarschuwing is er al veel langer, maar de mensen zijn het vergeten. Er is waarlijk gewaarschuwd tegen het knoeien met de leringen die komen van God. In de Bijbel lezen we o.a. in Deuteronomium 12:32: “…Al wat ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen (niets toevoegen), noch daarvan afdoen (niets weglaten)…” En in Deuteronomium 4:2: “…Gij zult aan wat ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen…”]

Jezus (vrede zij met hem) als de zoon van God.

Is Jezus (vrede zij met hem) de zoon van God? Matteüs 3:17 zou door sommige christenen gebruikt kunnen worden om het goddelijke zoonschap van Jezus (vrede zij met hem) te ondersteunen. Als Matteüs 3:17 (“…En zie, een stem uit de hemelen zeide: deze is Mijn zoon, de geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen heb…”) gebruikt wordt om het goddelijke zoonschap te ondersteunen, dan dient er geen ander vers te zijn die het tegenspreekt of een gelijkwaardig goddelijk zoonschap geeft aan een ander persoon in het Oude of Nieuwe Testament. Maar we kunnen vele verwijzingen vinden in het Oude en Nieuwe Testament die vermelden dat andere personen, anders dan Jezus (vrede zij met hem), ook een goddelijk zoonschap hebben tot God. Kijk maar eens naar Exodus 4:22: “…Zo zegt de Here: Israël is mijn eerstgeboren zoon…” En in 2 Samuël 7:14 en 1 Kronieken 22:10 lezen we: “…hij (Salomo) zal mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een vader…” Jeremiah 31:9 vertelt ons: “…Want Ik zal voor Israël een vader zijn, en Efraim mijn eerstgeborene…” Dit zijn slechts een paar voorbeelden.

Het woord “zoon” moet men niet letterlijk zien, omdat God vele van Zijn uitverkoren dienaren aanspreekt met zoon en zonen. De joden hebben ook beweerd dat Ezra de zoon van God zou zijn. De Griekse woorden in het Nieuwe Testament die gebruikt worden voor “zoon” (pias en paida, welke dienaar of zoon in de zin van dienaar betekenen) zijn in sommige vertalingen van de Bijbel vertaald als zoon als verwijzing naar Jezus (vrede zij met hem) en als dienaar als verwijzing naar anderen

Bovendien komt de term “Vader” zoals dat gebruikt wordt door Jezus (vrede zij met hem) , meer overeen met de term Rabb, d.w.z. Degene Die onderhoudt en voorziet, zodat in de doctrine van Jezus (vrede zij met hem) , God is de “Vader” – Onderhouder en Voorziener – van alle mensen. Het Nieuwe Testament interpreteert “zoon van God” ook als zijnde iets mystiek/symbolisch: “…Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods…” (Romeinen 8:14) Deze mystieke suggestie wordt verder ondersteund doordat Jezus (vrede zij met hem) de enig verwekte zoon van God genoemd wordt.

In Psalmen 2:7 zegt de Heer tegen David (vrede zij met hem): “…Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt…” Betekent dit dat God twee zonen had? Jezus (vrede zij met hem) zei ook dat God niet alleen zijn Vader was, maar ook uw Vader (Matteüs 5:45, 48). Lucas 3:38 zegt: “…de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God…

En wie wordt er bedoeld in Hebreeën 7:3, die “…aan de Zoon van God gelijkgesteld…” zou zijn? Het is Melchisedek, koning van Salem, zoals vermeld is in Hebreeën 7:1. Hij (Melchisedek) is meer uniek dan Jezus (vrede zij met hem) of Adam (vrede zij met hem)! [Want Melchisedek was “…zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens…” (Hebreeën 7:1-3), dit zijn goddelijke eigenschappen!!!] Waarom geniet hij niet de voorkeur om de zoon van God te zijn? Bovendien had Adam (vrede zij met hem) geen vader en geen moeder, maar hij was de eerste mens die door God geschapen was en in gelijkenis tot God om in de tuinen van Eden en op aarde te bestaan. Geeft dit niet meer recht aan Adam (vrede zij met hem) om zoon van God in de ware betekenis genoemd te worden?

Ik wil graag een duidelijke tegenstrijdigheid met jullie delen tussen Johannes 3:16, Lucas 10:25-28 en Matteüs 19:16-17. In Johannes 3:16 lezen we: “…Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe…”

Laten we nu Lucas 10:25-28 eens lezen: “…En zie, een wetgeleerde stond op om hem (Jezus) te verzoeken en zeide: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En hij zeide tot hem: Wat staat in de wet geschreven? Hoe leest gij? Hij antwoordde en zeide: Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf. En hij zeide tot hem: Gij hebt juist geantwoord; doe dat en gij zult leven…”

Deze verzen vertellen ons dat het erven van eeuwig leven voor iedereen is die gelooft en aanbidt geen andere god dan de Ene Ware God. Lucas 10:25-28 komt overeen met Matteüs 19:16-17, waarin staat: “…En zie, iemand kwam tot hem (Jezus) en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij mij naar het goede? Eén is de goede (God). Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden…”

Er is geen gebod dat zegt dat je Jezus moet aanbidden, maar er zijn geboden die ons vertellen om God alleen te aanbidden!

In Lucas 4:41 [“…Van velen voeren ook boze geesten uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En hij (Jezus) bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was…”] weigert Jezus (vrede zij met hem) de Zoon van God genoemd te worden door demonen. Denkt u dat Jezus (vrede zij met hem) de demonen zal berispen, of iemand anders, voor deze zaak, voor het zeggen van de waarheid? Zonder twijfel NEE! Jezus (vrede zij met hem) berispte de demonen omdat zij iets onjuists zeiden door hem de Zoon van God te noemen. Als de demonen wisten dat Jezus (vrede zij met hem) de Christus was, en Jezus (vrede zij met hem) zou hen de mond snoeren als zij hem de Christus noemde, dan zou dat een tegenstrijdigheid zijn in de missie van Jezus (vrede zij met hem).

In Lucas 9:20-21 zegt Jezus (vrede zij met hem) tegen zijn apostelen: “…Maar gij, wie zegt gij dat ik ben? Petrus antwoordde en zeide: De Christus Gods. En hij (Jezus) vermaande hen nadrukkelijk en beval hun dit niemand te zeggen…”

Bovendien bevestigen verzen zoals Johannes 3:2, Johannes 6:14, Johannes 7:40, Matteüs 21:11, Lucas 7:16 en 24:19, dat Jezus (vrede zij met hem) de titel van predikker en profeet accepteerde en hij noemde zichzelf meestal de zoon des mensen. Het meest overtuigende vers dat zegt dat Jezus (vrede zij met hem) de zoon (dienaar) is des mensen, is Marcus 14:62 [“…en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende met de wolken des hemels…”] waar Jezus (vrede zij met hem) de Dag des Oordeels noemt. Jezus (vrede zij met hem) zei duidelijk dat we de zoon des mensen zouden zien, en niet de zoon van God, zittend aan de rechterhand van Macht, en komend met wolken van de hemel.

De daad van verwekken is een lichamelijke daad en zo'n daad gaat tegen God's aard in. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “Het is niet passend voor Allah om een zoon te hebben, Heilig is Hij, als Hij een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees,” en het is.” (Soerat Maryam (19), aayah 35)

De leringen over Jezus (vrede zij met hem) als de Zoon van God werden niet door Jezus (vrede zij met hem) gepredikt, noch door hem geaccepteerd, maar zij werden onderwezen door Paulus zoals ondersteund wordt door Handelingen 9:20: “…dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is…”

Beweerde Jezus (vrede zij met hem) ooit God te zijn of zei hij: “Hier ben ik, jullie God, aanbid mij”? Het antwoord is NEE. Er is geen enkele ondubbelzinnige verklaring in de Bijbel waardoor Jezus (vrede zij met hem) zelf verklaart: “Ik ben God, aanbid mij daarom.” Feitelijk zijn alle meer dan tweeduizend verzen van de zendbrieven van Paulus zijn eigen verzinsels, inclusief Romeinen 9:5 waarin staat, afhankelijk van de Bijbel die u leest: “…de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid…”

Christenen dienen te weten dat Paulus zijn eigen evangelie verteld, niet Jezus (vrede zij met hem), in zijn zendbrief naar de Romeinen wanneer hij zegt in Romeinen 2:16: “…Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is…”

In feite dienen de zendbrieven van Paulus aan de Romeinen als de basis van het huidige Christendom. Aldus zullen de inspanningen van de christenen in dit leven verloren gaan, terwijl zij denken dat zij het goede verrichten en het goede zullen krijgen door hun werken wanneer zij deelgenoten aan God toeschrijven [terwijl zij hier al vanaf de tijd van Mozes (vrede zij met hem) voor gewaarschuwd zijn, o.a. in Exodus 20:3-5: “…Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben… …Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen (aanbidden), want Ik, de Here, uw God, ben een naijverige God (Ik tolereer geen deelgenoten)…”], zoals verklaard wordt in de Qor-aan: “Zeg (O Moh'ammed): “Zullen wij jullie op de hoogte brengen van wie de grootste verliezers zijn door (hun) daden?” (Het zijn) degenen wiens daden vruchteloos waren in het wereldse leven. En zij dachten dat zij goed werk verrichtten. Zij zijn degenen die niet geloven in de Tekenen van hun Heer en in de ontmoeting met Hem. Hun daden zijn vruchteloos en Wij kennen hun (daden) op de Dag der Opstanding geen gewicht toe. Dat is hun vergelding: de Hel, omdat zij ongelovig waren en zij de spot dreven met Mijn Tekenen en Mijn boodschappers.” (Soerat Al-Kahf (18), aayah 103-106)

<<<Maar ook in de Bijbel worden zij gewaarschuwd, Jezus (vrede zij met hem) zegt in Marcus 7:6-9 + 13: “…Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen. En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden… …En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering…” Deze kwestie is zeer serieus. In de Bijbel lezen we o.a. in Matteüs 7:21-23: “…Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend, gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid…”>>>

Inderdaad, het zo vreemd en ironisch, wetend dat geen van de zendbrieven van Paulus aan de Romeinen, meer dan 430 verzen, ooit geformuleerd zijn door Jezus (vrede zij met hem). Paulus had directe verwijzingen moeten maken naar de oorspronkelijke leringen van Jezus (vrede zij met hem), als zijn aanspraak op het apostelschap door goddelijke inspiratie inderdaad waar was. Maar in plaats daarvan zijn grote delen van zijn Bijbelse citaten in zijn zendbrieven (met name die in de zendbrieven aan de Romeinen) genomen uit het Oude Testament– Genesis, Exodus, Leviticus, Deuteronomium, 2 Samuël, 1 Koningen, Psalmen, Spreuken, Jesaja, Ezechiël and Hosea. Zijn zendbrieven waren, inderdaad, een product van langdradige inspanningen, maar dat maakt Paulus nog niet veel beter dan iemand van de andere mannen die de Bijbel schreven, noch maakt dit hem een profeet.

Andere praktijken die door toedoen van Paulus werden aangenomen, omvatten: de Romeinse zon-dag als de christelijke Sabbat; de traditionele geboortedag van de zonnegod als de geboortedag van Jezus (vrede zij met hem); het symbool van de zonnegod (het kruis van licht) als het symbool van de christenen; en, het tot één geheel verenigen van alle ceremonies welke verricht werden op de verjaardag van de zonnegod.

Aangezien ik tot een einde kom betreffende de positie van Christus, wil ik graag mijn christelijke lezers vragen om te buigen en oprecht tot God te bidden en Hem te vragen om Zijn vloek over u, uw vrouw, uw zonen en uw dochters te laten komen indien wat u gelooft over Christus (Christus is God, Zoon van God of deel van de drie-eenheid van God) onjuist is. Evenzo heb ik geleerd dat als je een moslim vraagt om oprecht tot God te bidden en Zijn vloek op zichzelf, zijn vrouw, zijn zonen en zijn dochters te vragen indien wat hij zegt over Christus (profeet, boodschapper van God, een woord van God) onjuist is, dat de moslims dan standvastig zijn in hun geloof, wetend dat Christus niet God is, noch de Zoon van God en noch een deel van de drie-eenheid van God. Deze oefening om God te vragen om uzelf en uw familie te vervloeken lijkt wat wreed, maar het zal twee dingen aantonen: (1) het zal u laten inzien dat u op het verkeerde pad bent; en (2) het zal u op het rechte pad plaatsen, Inshaa-e Allaah (als Allah dat wil).

De kruisiging en boetedoening

Een zeer belangrijke gebeurtenis in de christelijke doctrine is de kruisiging van Jezus (vrede zij met hem). Voordat ik de vele tegenstrijdigheden rondom de kruisiging bespreek, dien ik te vermelden dat het een evangelie van Paulus was die de kruisiging/opstanding van Jezus (vrede zij met hem) beweerde (2 Timoteüs 2:8): “…dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie…”

Daarnaast was het evangelie over de opstanding in Markus 16:9-20 door evangelieschrijvers al in de editie van 1952 van de Revised Standard Version uit de tekst verwijderd en vervolgens, om de een of andere reden, hersteld in de 1971 editie. In vele Bijbels, als het al niet verwijderd is, is het in kleine letters of tussen twee haakjes geprint en met commentaar.

Het traditionele verslag over de kruisiging van Jezus (vrede zij met hem) is dat hij gearresteerd en gekruisigd werd op bevel en volgens het plan van de hoofdpriester en joodse ouderlingen. Dit verslag werd ontkend in de 1960's door het hoogste katholieke gezag, de paus. Hij uitte een verklaring waarin hij zei dat de joden niets te maken hadden met de kruisiging van Jezus (vrede zij met hem).

Heeft één van de apostelen of schrijvers van de evangeliën de kruisiging of opstanding gezien? NEE! In Marcus 14:50 [“…En zij lieten Hem alleen en vluchtten allen…”] staat dat de apostelen Jezus verlieten en vluchtten. Zelfs Petrus liet Jezus (vrede zij met hem) in de steek nadat de kraai drie keer kraaide zoals Jezus (vrede zij met hem) voorspelde.

De personen die het meest waarschijnlijk getuigen waren van dit moment in het leven van Jezus (vrede zij met hem), waren Maria Magdalena, Maria de moeder van Jacobus en Salome, de moeder van Zebedee's kinderen en andere vrouwen (Matteüs 27:55-56). Maar er is in de evangeliën geen verklaring of verslag van deze vrouwen betreffende wat zij zagen of hoorden.

De apostel(en) vonden de graftombe waar Jezus (vrede zij met hem) neergelegd zou zijn, leeg, en concludeerde dat hij opgewekt was omdat de apostelen en anderen hem levend zagen na de vermeende kruisiging. Niemand zag het moment waarop hij uit de dood opgestaan zou zijn. Jezus (vrede zij met hem) verklaarde zelf (in Lucas 24:36-41) dat hij niet aan het kruis gestorven was, zoals ik nu zal uitleggen.

Maria Magdalena ging zondagochtend vroeg naar de graftombe, welke leeg was. Ze zag iemand staan die leek op de tuinman. Na een gesprek herkende ze hem en wist dat het Jezus (vrede zij met hem) was en wilde hem aanraken. Jezus (vrede zij met hem) zei (Johannes 20:17): “…Houd Mij niet vast, want ik ben nog niet opgevaren naar de Vader…”

Lees nu Lucas 24:36-41 maar eens: “…En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meende een geest te aanschouwen. Doch Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb. [En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.] En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten? Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen…”

Hier vraagt Jezus (vrede zij met hem) zelf om hem aan te raken, terwijl hij tegen Maria Magdalena zei hem niet aan te raken! Bovendien, heeft een spiritueel of dood lichaam voedsel nodig? Dat Jezus (vrede zij met hem) voedsel at was om aan de apostelen aan te tonen dat hij geen geest was, maar dat hij nog steeds leefde en niet dood was.

Dat Jezus (vrede zij met hem) niet dood was en nog steeds leefde, wordt verder ondersteund door zijn eigen voorspelling (Matteüs 12:38-41): “…Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten…”

Vervulde Jezus (vrede zij met hem) dit wonder? Christenen zullen zeggen “ja,” want Jezus (vrede zij met hem) stierf en stond drie dagen later uit de dood op volgens Lucas 24:36 en Matteüs 20:19, om een paar verzen te noemen. Maar in tegenstelling met het wonder van Jona (vrede zij met hem) en volgens de Bijbel, verbleef Jezus (vrede zij met hem) maar één dag en twee nachten in de graftombe, en niet drie dagen en drie nachten zoals hij voorspelde.

Jezus (vrede zij met hem) werd (volgens de Bijbel) in de graftombe gelegd net voor zonsondergang op vrijdag (Goede Vrijdag) en werd vermist voor zonsopgang op zondag (Pasen). Als we de tijd een beetje r-e-k-k-e-n, zou men kunnen zeggen dat Jezus (vrede zij met hem) drie dagen in de aarde verbleef, maar er is geen mogelijkheid, en ik herhaal, geen mogelijkheid dat Jezus (vrede zij met hem) drie nachten in de aarde verbleef. We moeten niet vergeten dat de Evangeliën ons nadrukkelijk vertellen dat het “voor zonsopgang” was op zondagochtend dat Maria Magdalena naar de graftombe van Jezus (vrede zij met hem) ging en het leeg aantrof.

Dientengevolge zijn er enkele inconsistenties met betrekking tot of Jezus (vrede zij met hem) zijn eigen voorspelling vervulde. Of hij nu werkelijk gekruisigd is, of de dag (Goede Vrijdag) van zijn vermeende kruisiging onjuist is. Een ander belangrijk punt dat ik dien te vermelden is dat Jona (vrede zij met hem) levend in de buik van de walvis was. [Als we het verhaal over Jona (vrede zij met hem) in de Bijbel goed lezen, dan zien we dat Jona (vrede zij met hem) leefde toen men hem in zee wierp. Hij melde zich immers als vrijwilliger. Dus Jona (vrede zij met hem) leefde. In het water verdronk hij niet. Hij zegt zelf: “Wateren omringden mij, zij bedreigden mijn leven.” Dus Jona (vrede zij met hem) leefde. Toen de vis hem opslokte, bad Jona (vrede zij met hem) tot God, dus hij leefde in de buik van de vis. Dus Jona (vrede zij met hem) leefde. Een wonder, een wonder en een wonder. Men verwachtte dat Jona (vrede zij met hem) zou sterven, maar hij stierf niet. Dat is zijn wonder, zijn teken.] De christenen zeggen; Jezus was dood in de ‘buik' van de aarde/tombe, en dit spreekt Jezus' eigen voorspelling tegen. Jezus zei (Lucas 11:30): “…Want gelijk Jona… zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn…”

Als Jona (vrede zij met hem) levend was, was Jezus (vrede zij met hem) dat ook!

Een zeer belangrijke gebeurtenis wat plaatsvond vóór de vermeende kruisiging, was het gebed van Jezus (vrede zij met hem) tot God om hem te helpen. Lucas 22:42: “…knielde neder en bad deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van mij weg; doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede!...”

Jezus' gebed om niet te sterven aan het kruis werd volgens Lucas 22:43 en Hebreeën 5:7 [“…Tijdens zijn dagen in het vlees heeft hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, Die hem uit de dood kon redden, en hij is verhoord…”] geaccepteerd. Daarom, als alle smeekbeden van Jezus (vrede zij met hem) door God verhoord werden, inclusief die betreffende het niet sterven aan het kruis, hoe kon hij dan gestorven zijn aan het kruis?

In Matteüs 27:46 staat vermeld dat, terwijl Jezus (vrede zij met hem) aan het kruis hing (volgens de christenen), hij zei: "Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?...”

Als Jezus (vrede zij met hem) deze woorden daadwerkelijk gesproken heeft, staat dit volgens alle theologische autoriteiten voor een schaamteloze verklaring van ongeloof. Dit is een grote belediging, want zulke woorden kunnen alleen van een ongelovige in God komen. Bovendien is het verschrikkelijk om te denken dat zulke woorden van een profeet van God komen (of volgens de christenen de Zoon van God, of zelfs van God zelf), want God verbreekt Zijn belofte nooit en Zijn profeten klagen nooit tegen Zijn belofte, vooral wanneer de missie van de profeet begrepen is.

Moslims geloven, zoals de Qor-aan verklaart, dat Jezus (vrede zij met hem) niet gekruisigd is. Het was de bedoeling van zijn vijanden om het te doden aan het kruis, maar Allah redde hem van hun plan. Allah de Verhevene zegt in de Qor-aan: “…En (wegens) hun uitspraak: “Wij hebben de Masieh' ‘Iesa, zoon van Maryam, gedood.” Maar zij doodden hem niet en zij kruisigden hem niet, maar iemand die voor hen op hem leek. En voorwaar, degene die daar van mening over verschillen, twijfelen daar onderling over. Zij hebben daar geen kennis over, zij volgen slechts vermoedens, en zij zijn er niet van overtuigd dat zij ‘Iesa gedood hebben. Maar Allah heeft hem juist tot Zich opgeheven. En Allah is Almachtig, Alwijs.” (Soerat An-Nisaa-e (4), aayah 157-158)

Hierdoor zijn de christenen de meest beklagenswaardige van alle mensen, want in de Bijbel, in 1 Korintiërs 15 vers 17-19 lezen we: “…en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht… …Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen…”

Alle lof is voor Allah, Die mij dit op tijd heeft laten inzien en kennis heeft laten maken met de Islaam, een religie zonder al dit soort tegenstrijdigheden maar dat juist antwoorden geeft en in een mooie manier van leven voorziet waardoor een persoon kan bidden (in staat van aanbidding zijn) zonder op te houden, zoals in 1 Tessalonicenzen 5:17 staat: “…bidt zonder ophouden…”

‘Abdoel-Maalik LeBlanc
naar boven
Naar: Persoonlijke verhalen - index