Introductie tot Islaam---Maak kennis met de Koran---De openbaring van de Koran

 
De openbaring van de Koran (Qor-aan)
 
De wijsheid achter het in delen openbaren van de Qor-aan

De Edele Qor-aan, bestaande uit 114 hoofdstukken (Soewaar: enkelvoud = Soerah), is een gunst die vanuit de hemelen naar de aarde geopenbaard is en die de verbinding tussen de dienaren en hun Schepper legt.

De Qor-aan is via de betrouwbare Geest (de engel Djibriel (Gabriël); vrede zij met hem) nedergedaald, op het hart van Moh'ammed, de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem), zodat hij voor de werelden als waarschuwer geldt en als leiding en verkondiger van het succes. Allah de Verhevene heeft gezegd: “O mensen, er is voor jullie waarlijk een bewijs van jullie Heer gekomen en Wij hebben een duidelijk Licht (de Qor-aan) over jullie doen neerdalen.” (Soerat [hoofdstuk] An-Nisaa-e (4), aayah [vers] 174)

De wijze van openbaring van de Qor-aan aan de beste van Zijn schepselen, Mohammed (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem), is één van de zaken die de gelovige laat nadenken en bij hem vragen laat opkomen, over hoe de Qor-aan geopenbaard is? En wat de stappen zijn die het doorgemaakt heeft bij openbaring? En of het nu in het geheel is geopenbaard of dat het in delen is geopenbaard? In dit artikel zullen wij inshaa-e Allaah (als Allah dat wil) antwoorden geven op deze vragen.

De geleerden zijn het met elkaar eens dat de edele Qor-aan nedergedaald is van Allah (Verheven en Glorieus is Hij) op de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) op verschillende momenten in een totale tijd van 20 jaar en dat het niet in één keer geopenbaard is. De Qoeraysh [de stam waar de profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem) toe behoorde] hoopten dat de Qor-aan in één keer zou neerdalen, zoals Allah de Verhevene gezegd heeft: “En degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Was de Qor-aan maar in één keer volledig aan hem neergezonden…” (Soerat Al-Foerqaan (25), aayah 32)

Allah de Verhevene, Die datgene weet wat goed is voor Zijn boodschap en voor Zijn dienaren, wilde de Qor-aan in delen openbaren. Dit door verschillende wijsheden. Eén van deze wijsheden is datgene wat Allah de Verhevene genoemd heeft in dezelfde aayah door te zeggen: “…(Maar) zo hebben Wij daarmee jouw hart versterkt (O Mohammed)…” Soerat Al-Foerqaan (25), aayah 32)

De Qoeraysh wilden dat de Qor-aan in één keer zou neerdalen, zoals de Taurah (Torah) en de Indjiel (het Evangelie) zijn geopenbaard. Maar Allah wilde de Qor-aan laten neerdalen op de juiste momenten, om het hart van de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) standvastig te maken.

Het standvastig laten maken van het hart van de profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem) is een grote wijsheid waarom de Qor-aan neer gezonden werd in delen. Het was voor de ongelovigen een nederlaag, die verwachtten dat de Qor-aan in één keer neer gezonden zou worden, omdat zij de profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem) uitgedaagd hadden dat te doen. En als de Qor-aan verzonnen was door de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem), dan zou hij deze uitdaging aangegaan zijn en hen de Qor-aan bezorgen.

Eén van de doelen waarom de Qor-aan in delen is geopenbaard, is het antwoord geven op de twijfels die de ongelovigen verspreidden, en de gelovigen de juiste bewijsvoeringen en antwoorden te geven om de valsheid van de ongelovigen te weerleggen. Allah de Verhevene heeft gezegd: “En zij komen niet met een rare vraag tot jou, of Wij brengen jou de waarheid en een mooiere uitleg.” (Soerat Al-Foerqaan (25), aayah 33) In deze aayah wordt er duidelijk gemaakt waarom de Qor-aan in delen geopenbaard werd, om de twijfel en valsheden van de ongelovigen te weerleggen.

Een ander doel van het in delen openbaren van de Qor-aan, is het vergemakkelijken van het onthouden van de Qor-aan door de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) en door zijn metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen), die geen ervaring hadden met openbaringen zoals dit wonder. Het was geen poëzie dat voor hen gemakkelijk was om te onthouden en ook geen normaal dialect dat op hun spraak leek. Het is een zware openbaring in zijn betekenis en doelstellingen. Allah de Verhevene heeft gezegd: “En (de openbaring van) de Qor-aan hebben Wij in gedeelten verdeeld, om hem aan de mensen met tussenpozen voor te dragen en Wij hebben hem als een neerzending neergezonden.” (Soerat Al-Israa-e (17), aayah 106) Allah heeft het met tussenpozen geopenbaard met bepaalde wijsheden. Omdat het in delen is geopenbaard, is het gemakkelijk om datgene wat men hoort te begrijpen en te onthouden.

Eén van de doelen van het in delen openbaren van de Qor-aan, is het verduidelijken en antwoorden geven op gebeurtenissen en vraagstukken. De Qor-aan daalde neer naar de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) om de nieuwe voorgekomen gebeurtenissen te verduidelijken en daar antwoorden en oordelen op te geven. Allah de Verhevene heeft gezegd: “…En Wij hebben jou het boek neergezonden, als een uitleg van alle zaken en als leiding en barmhartigheid en een verheugende tijding voor de moslims.” (Soerat An-Nah'l (16), aayah 89)

Vele aayaat (meervoud van aayah (vers)) en soewar (meervoud van soerah (hoofdstuk)) zijn geopenbaard om antwoorden te geven op een gebeurtenis. Denk bijvoorbeeld aan de drie metgezellen die achterbleven van het slagveld uit luiheid, terwijl het verplicht voor hen was, en de gebeurtenis van iefk (leugen) waarbij ‘Aa-ishah (moge Allah tevreden met haar zijn) beschuldigd werd van overspel en waarbij Allah haar onschuld vanuit de zeven hemelen heeft verduidelijkt in Soerat An-Noer (24), vanaf aayah 11, en het verhaal van de Moedjaadalah (twistster) (Soerat 58), waarbij een vrouw twistte bij de profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) om haar man, en andere gebeurtenissen waarop de Qor-aan neer daalde om een duidelijk oordeel daarover te geven.

Het was de gewoonte van de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) om niet te spreken over iets, totdat Allah hem een openbaring gaf, zoals het eerder genoemde verhaal van de vrouw die bij de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) twistte over haar man, omdat haar man tegen haar zei: “Jij bent voor mij als de achterkant van mijn moeder (dhehaar)”. Dit was in de tijd van de djaahielieyyaah (de pre-islamitische tijd) een gezegde dat gezegd werd om echtscheiding aan te geven. Zij klaagde bij de profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) over wat haar man tegen haar zei. De profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) vroeg haar om geduld te hebben totdat de Qor-aan neerdaalde met een oordeel over haar zaak. Over deze gebeurtenis daalde het volgende vers neer: “Degene onder jullie die de dhehaar uitspreken over hun vrouwen…”, totdat Hij de Verhevene zei: “…En Allah is Alziende over wat jullie doen.” (Soerat Al-Moedjaadalah (58), aayah 1-3) De openbaring was een duidelijk oordeel waarover niemand kon twisten.

Wat betreft de hoeveelheid dat geopenbaard werd van de Qor-aan aan de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem); de juiste mening is die wat de meeste ah'adieth (overleveringen) verduidelijken, en dat is dat het geopenbaard werd aan de hand van de gebeurtenissen en toestanden. Tot hem werden vijf, tien of iets meer of minder geopenbaard en in andere tijden werden er één of twee verzen aan hem geopenbaard. Het is overgeleverd in een authentieke h'adieth waarover Boekhaarie en Moesliem het over eens zijn, dat de gebeurtenis die bekend is met Al-Iefk (de leugen) in één keer is geopenbaard. Het bestaat uit tien verzen, vanaf dat Allah de Verhevene zegt: “Voorwaar, degenen die de laster…”, totdat Hij de Verhevene zei: “En als de gunst van Allah voor jullie er niet geweest was en Zijn Barmhartigheid en Allah niet Vriendelijk en Meest barmhartig was…(zouden jullie snel ten ondergaan.)” (Soerat An-Noer (24), aayah 11-20)

Over de wijze waarop de openbaring geopenbaard werd aan de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem), daar hebben de geleerden verschillende manieren aangegeven hoe dat gedaan werd. Wij zullen hier een aantal van deze manieren opnoemen:

•  Dat de openbaring tot hem neerdaalde zoals de trillingen van een bel, en dit is het zwaarste van wat hem overkwam. Zoals het vastgesteld is in de authentieke verzameling van Boekhaarie, in een h'adieth van ‘Aa-ishah (moge Allah tevreden met haar zijn), dat Al-H'aarieth Ibn Hishaam (moge Allah tevreden met hem zijn) gezegd heeft dat de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) werd gevraagd: “O boodschapper van Allah, hoe wordt de openbaring naar u verzonden.” Hij zei: “Het komt af en toe tot mij als de trillingen van een bel en dit is het zwaarste en vervolgens gaat het weg en ik onthoud dan wat er gezegd werd.” ‘Aa-ieshah zei: “Ik heb hem gezien wanneer de openbaring naar hem neerdaalde toen het erg koud was, wanneer het stopt vloeit het zweet van zijn voorhoofd.”

•  De openbaring komt ook tot hem als een man die hem de openbaring doet toekomen, zoals overgeleverd is in een h'adieth van Boekhaarie, waarbij de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) gevraagd werd over de wijze waarop de openbaring neerdaalde en hij zei: “Op andere momenten wordt de engel als een man voor mij afgebeeld en spreekt mij aan en ik onthoud datgene wat hij mij zegt.”

•  De openbaring daalde ook neer als spraak wanneer hij wakker was, zoals overgeleverd is in de lange h'adieth over de gebeurtenis Al-Israa-e [de nachtreis van de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) van Mekkah naar Al-Qoeds (Jeruzalem)], die overgeleverd is door Al-Boekhaarie in zijn authentieke verzameling. In één van deze ah'adieth zei de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem): “Toen ik verder ging werd er geroepen: “Ik heb de verplichting vastgesteld en Ik heb het vergemakkelijkt voor Mijn dienaar.”

Het belangrijkste van dit allemaal waarin men moet geloven, is dat Djibriel (vrede zij met hem) de Qor-aan openbaarde met bepaalde bewoordingen die wonderen bevatten, vanaf Soerat Al-Faatieh'ah (1) tot aan het einde van Soerat An-Naas (114), en dat deze bewoordingen de Woorden zijn van Allah.

Zowel Djibriel als onze profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem) hebben daar geen inbreng op en hebben het niet zelf verzonnen en hebben het niet gesorteerd. Het zijn woorden waarover Allah de Verhevene gezegd heeft: “(Dit is) een Boek waarvan de verzen hecht zijn geplaatst en die vervolgens zijn uiteengezet, van de Zijde van de Alwijze, de Alwetende.” (Soerat Hoed (11), aayah 1)

De bewoordingen van de Qor-aan die geschreven en gereciteerd worden, zijn afkomstig van Allah (Verheven en Glorieus is Hij). De taak van Djibriel (vrede zij met hem) daarin, was alleen het over te brengen naar de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem) en de taak van de boodschapper van Allah (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem) is alleen het te onthouden en deze te verkondigen en te verduidelijken en het in praktijk te brengen.

Allah de verhevene heeft gezegd: “En voorwaar, hij (de Qor-aan) is zeker een neerzending van de Heer der Werelden. Met hem (de Qor-aan) daalde de getrouwe Geest (Djibriel) neer. Op jouw hart (O Mohammed), opdat jij tot de waarschuwers behoort.” (Soerat As-shoe'araa-e (26), aayah 192-194)

De Spreker is Allah en degene die het brengt is Djibriel (vrede zij met hem) en de ontvanger is de profeet Mohammed (Allah's Vrede en Zegeningen zij met hem). Degene die in iets anders dan dit gelooft, verkeert voorzeker in dwaling. We vragen Allah de leiding en standvastigheid van Zijn duidelijke Boek en de Soennah van Zijn profeet (Allah's Vrede en Zegeningen zijn met hem).
naar boven
Naar: Maak kennis met de Koran - index